Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VI.4.6
VI.4.6 Instructiebevoegdheid?
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242882:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 9 juli 2010, NJ 2010, 544 m.nt. Van Schilfgaarde; JOR 2010/228 m.nt. Van Ginneken (ASMI).
Onder anderen Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/307; Bulten 2017, p. 80-83; Handboek 2013/275, p. 590; Holtzer 2009, p. 56; en Van Olffen 2018, p. 151.
Onder anderen Van den Ingh 2002, p. 25.
In dezelfde zin Bulten 2017, p. 83.
Het instructierecht kan evenmin aan het bestuur worden toegekend en vervolgens door middel van een taakverdeling bij de niet-uitvoerende bestuurders worden gelegd, aangezien art. 2:239 lid 4 BW van een ‘ander’ orgaan rept. Hoewel deze toevoeging in art. 2:129 lid 4 BW ontbreekt, kan het instructierecht bij een NV evenmin via deze weg bij de niet-uitvoerende bestuurders worden gelegd. Een statutair instructierecht van de niet-uitvoerende bestuurders doet mijns inziens afbreuk aan het beginsel van collegiaal bestuur. Het is daarentegen wel mogelijk een orgaan van niet-uitvoerende bestuurders te creëren. Zoals ik in de vorige subparagraaf al schreef, kan aan de niet-uitvoerende bestuurders een bijzonder soort aandelen worden uitgegeven. Omdat de vergadering van houders van deze aandelen kwalificeert als orgaan, is het mogelijk het instructierecht aan dit orgaan van niet-uitvoerende bestuurders toe te kennen. Deze optie laat ik verder buiten beschouwing, omdat de niet-uitvoerende bestuurders dan niet in hoedanigheid van niet-uitvoerend bestuurder, maar in hoedanigheid van aandeelhouder instructies kunnen geven.
Evenzo Bulten 2017, p. 83.
Van Olffen 2018, p. 152.
Ik verwijs naar § VI.4.4.
In gelijke zin Bulten 2017, p. 83; en Schuit 2017, p. 250.
Een andere bevoegdheid die kan bijdragen aan het houden van effectief toezicht, betreft de instructiebevoegdheid. Het is evenwel de vraag of deze bevoegdheid de niet-uitvoerende bestuurders ten dienste kan staan. Ten aanzien van de raad van commissarissen is men in de literatuur niet eensgezind over het antwoord op deze vraag. Om daadkrachtig toezicht te kunnen houden en het bestuur met ‘raad en daad’ terzijde te kunnen staan,1 wordt in de literatuur wel bepleit dat de statuten een instructierecht in de zin van art. 2:129/239 lid 4 BW kunnen toekennen aan de raad van commissarissen.2 Anderen menen echter dat de functiescheiding tussen het bestuur en de raad van commissarissen zich tegen een statutair instructierecht van laatstgenoemden verzet.3
Hoe dit ook zij, het statutaire instructierecht van art. 2:129/239 lid 4 BW kan in ieder geval niet worden toegekend aan de niet-uitvoerende bestuurders.4 De wettekst verhindert dat.5 Net als de goedkeuringsbevoegdheid, kan het instructierecht volgens het vierde lid van art. 2:129/239 BW slechts aan een ‘orgaan’ worden toegekend. Ik breng in herinnering dat de niet-uitvoerende bestuurders geen orgaan vormen.6 Bovendien ziet het vierde lid van art. 2:129/239 BW niet op instructies aan één of meer bestuurders, maar op instructies aan het ‘bestuur’ als orgaan. Een statutair instructierecht van het niet-uitvoerende deel van het bestuur zou tot slot op gespannen voet staan met het beginsel van collegiaal bestuur.7
Dat aan de niet-uitvoerende bestuurders geen statutair instructierecht kan worden toegekend, wil niet zeggen dat zij geen feitelijke instructiemacht hebben. Van Olffen wijst erop dat de niet-uitvoerende bestuurders een onderwerp op de agenda kunnen plaatsen en dus een stemming kunnen afdwingen.8 Bovendien zijn de niet-uitvoerende bestuurders in staat besluiten erdoor te drukken of juist tegen te houden wanneer zij de meerderheid van de stemrechten hebben. Tot slot kunnen de niet-uitvoerende bestuurders dreigen met een schorsing of – wanneer de vennootschap het (volledige) structuurregime hanteert – ontslag.9 De niet-uitvoerende bestuurders verkeren kortom in de positie om instructies aan de uitvoerende bestuurders te geven en deze ook daadwerkelijk af te dwingen.10