25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/26.1:26.1 Inleiding
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/26.1
26.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof. mr. F.J. van Ommeren, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. F.J. van Ommeren
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Waarover m.n.: J.A.F. Peters, Publiekrechtelijke rechtspersonen, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1997, p. 49 e.v. en J.B.J.M. ten Berge & S.E. Zijlstra, De publiekrechtelijke rechtspersoon in ontwikkeling, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 2000, p. 21 e.v.
Waarover m.n.: T. van Kooten, Het kerkgenootschap in de neutrale staat, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2017, p. 165 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ontwikkeling van het recht verloopt vaak grillig: zowel in wetgeving als jurisprudentie kiest het recht nogal eens zijpaden, voordat bij een eindpunt wordt uitgekomen. Soms verloopt de ontwikkeling zo grillig dat het zinvol is de afwijking recht te zetten, ofschoon wij er waarschijnlijk al lang aan gewend zijn en het afwijkende karakter mogelijk niet meer helemaal zien. Dat geldt voor artikel 2:1 BW, een artikel dat – achteraf bezien – op de verkeerde plaats is terechtgekomen.
Artikel 2:1 BW kent, direct of indirect, rechtspersoonlijkheid toe aan verschillende overheden, waaronder de Staat, de provincies, de gemeenten, de waterschappen en een groot aantal andere overheidsinstellingen met meer specifieke taken.1 Dat artikel 2:1 BW op de verkeerde plaats staat, blijkt eigenlijk al vrij snel bij lezing van dit artikel zelf. Uit het derde lid volgt dat de bepalingen van Boek 2 BW – een niet onbelangrijke uitzondering daargelaten – niet gelden voor rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld. Dat is natuurlijk opmerkelijk. Welke wetboek begint nu met een voorschrift waarop dat wetboek zelf hoegenaamd niet van toepassing is? Dan is er toch op zijn zachtst gezegd iets vreemds aan de hand. Het heeft niet zoveel zin een artikel in een wet op te nemen als die wet er niet of nauwelijks op van toepassing is. Dan ligt, zo valt te denken, een andere plaats vast meer voor de hand.
Overigens is artikel 2:1 BW niet het enige artikel dat dit lot is beschoren. Voor artikel 2:2 BW, dat betrekking heeft op kerkgenootschappen, geldt hetzelfde.2