Beschadigd vertrouwen
Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.3.1:8.3.1 Bevolkingsonderzoeken en enquêtes
Beschadigd vertrouwen 2021/8.3.1
8.3.1 Bevolkingsonderzoeken en enquêtes
Documentgegevens:
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480875:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Eindadvies ‘Vertrouwen in een duurzame toekomst’ 2013, p. 24.
Aardbevingen in Groningen 2014.
Aardbevingsrisico’s in Groningen 2015; Aardbevingsrisico’s in Groningen 2017.
Stroebe e.a. 2019; Stroebe e.a. 2021.
Groninger Panel 2017, p. 12.
Stroebe e.a., De sociale impact 2020, p. 5.
Stroebe e.a., De sociale impact 2020, p. 8.
Postmes e.a. 2018; zie ook Literatuurstudie Maatschappelijke Gevolgen 2018, p. 12-16.
Vaste grond gezocht 2017.
Onderzoek naar de tevredenheid 2015.
Stroebe e.a. 2019.
Wijnker 2018, p. 17-21.
Postmes e.a. 2018, p. 115.
Postmes e.a. 2018, p. 116.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2013 rapporteerde de Commissie Duurzame Toekomst Noord-Oost Groningen dat bewoners van de regio zich ‘niet gehoord’ en ‘niet serieus genomen’ voelden.1 In 2014 gaf 20% van geënquêteerde Groningers aan zich door de overheid niet serieus genomen te voelen.2 Dit paste bij de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.3 Het naar aanleiding van de aardbevingen in 2016 geïnitieerde onderzoeksprogramma Gronings Perspectief voerde longitudinaal enquêteonderzoek uit en vroeg respondenten in hoeverre zij vertrouwen hebben in verschillende betrokken partijen. Daaruit blijkt dat het vertrouwen laag is. NAM wordt het minst vertrouwd, maar ook de Rijksoverheid geniet sinds 2016 weinig vertrouwen. Gemeente en provincie doen het iets beter dan het Rijk. Hoewel er fluctuaties zijn tussen de metingen – zo is er bijvoorbeeld een dieptepunt rond de beving in Zeerijp – blijft het vertrouwensniveau in deze instanties ongeveer gelijk vanaf 2016 tot 2019. Hoe meer schade iemand heeft, hoe minder vertrouwen in de verschillende instanties.4 (Het longitudinaal onderzoek is helaas pas na de zware aardbevingen gestart, waardoor niet met zekerheid kan worden gesproken over de mate van vertrouwen in de overheid voor 2016.) Uit onderzoek van het Sociaal Planbureau in Groningen uit 2017 komt naar voren dat bij zo’n 62% van de Groningse respondenten het vertrouwen in ‘onder andere de overheid, NAM, NCG en CVW ernstig geschaad of zelfs weg is’.5 Vanaf 2019-2020 lijkt een lichte stijging in het vertrouwen in de TCMG/het IMG en de NCG zichtbaar, en de onderzoekers van Gronings Perspectief ‘suggereren dat de schadeafhandeling zodanig is verbeterd dat het vertrouwen van bewoners toeneemt’.6 Ook het vertrouwen in het Rijk is langzaam enigszins toegenomen, hoewel ‘bepaalde groepen nog zeer kwetsbaar zijn’.7
Mensen in aardbevingsgebieden hebben meer gezondheidsklachten, voornamelijk stressgerelateerd: hoofd- en buikpijn, concentratieproblemen, angst of depressie. Vooral respondenten met meerdere (ook wel meervoudige) schades hebben forse klachten: mentale klachten kunnen ontwikkelen tot fysieke problemen en een verhoogde kans op overlijden.8 Ook kinderen vertonen gezondheidsproblemen.9 Deze verschijnselen zijn over de jaren heen toegenomen: hoe meer aardbevingen en hoe meer schade, hoe meer angst en stress en bijbehorende gezondheidsklachten. Ook de schadeafhandeling levert stress op.10 Mensen maken zich veel zorgen over de aardbevingen en voelen zich machteloos.11
De aardbevingen hebben hiernaast een effect op de historische cultuur in Groningen: veel van de beschadigde gebouwen vormen cultureel erfgoed en bewoners wijzen op de ingrijpende gevolgen in hun landschap zowel van de aardbevingen als de versterkingsoperatie. Gebouwen van maatschappelijke waarde dragen bij aan de identiteit van het gebied en hun woongenot, en kunnen niet zomaar door nieuwbouw worden vervangen.12
Er bestaat een samenhang tussen het wantrouwen in de overheid, de ervaren onveiligheid, en de fysieke en mentale gezondheid van Groningers. Hoe meer schade men lijdt, hoe minder vertrouwen in de overheid men heeft. Geënquêteerden voelen zich minder veilig als ze minder vertrouwen hebben in de overheid.13 Groningers vinden de besluiten over gaswinning en de procedures rond de schadeafhandeling en versterking onrechtvaardig; het rechtvaardigheidsgevoel wordt ondermijnd doordat men vindt dat de overheid haar burgers niet zo zou mogen behandelen: ‘als dit in de randstad zou gebeuren was de gaswinning gelijk stopgezet’.14