Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.3.2.2
5.3.2.2 Schade geleden door derden
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS305341:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 oktober 2006, NJ 2008/527 r.o. 1.2 b (Vie d’Or).
HR 13 oktober 2006, NJ 2008/527 r.o. 3.1 iv (Vie d’Or).
Surplus relief contracten; SRC’s.
Modified Co-insurance contract; Modco-contract.
HR 13 oktober 2006, NJ 2008/527 r.o. 3.1 xiii (Vie d’Or).
RB Rotterdam 30 mei 2007, LJN BB6044, JOR 2009, 64 (Ropama/Deloitte).
Om precies te zijn, de restantkoopprijs na aftrek van het door verkoper krachtens de vaststellingsovereenkomst reeds betaalde bedrag, alsmede nader op te maken gevolgschade.
Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2681, r.o. 3.20.
CBb 7 maart 2013, JOR 2013/196 (Landis). Zie paragraaf 4.3.3.4, 4.3.3.5 en 5.8 inzake achtergronden van de Landis zaak.
Indien een fout is gemaakt bij de controle van de jaarrekening kunnen derden eveneens schade lijden. Ik geef een aantal voorbeelden:
– Misgelopen gegarandeerd rendement
Bij de casuspositie die ten grondslag ligt aan het Vie d’Or arrest is sprake van vorderingen van voormalig polishouders. De polishouders vorderen de (individuele vermogens)schade die zij hebben geleden doordat Vie d’Or wegens insolventie niet aan haar verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst heeft kunnen voldoen. Deze schade bestaat uit het misgelopen gegarandeerde rendement op de premies die de polishouders na 1 augustus 1994 bij Vie d’Or zouden hebben ingelegd1. Het gegarandeerde resultaat 2kwam voort uit het feit dat er sprake was van een type herverzekering dat tot een bepaalde omvang toekomstige overwinsten of baten uit de premiebeleggingen garandeert3 of waarbij een deel van de verzekeringsportefeuille tegen ontvangst van een bepaald bedrag aan een herverzekeraar werd overgedragen.4 Als gevolg van het faillissement zijn de verplichtingen van Vie d’Or jegens de polishouders overgedragen aan Levensverzekeringsmaatschappij Twenteleven N.V. Daarbij zijn de verplichtingen uit de polissen aanzienlijk gekort. Hierdoor hebben de betrokken polishouders schade geleden.5
– Schade als gevolg van beslissingen op basis van een jaarrekening waarbij ten onrechte een goedkeurende verklaring is afgegeven
In het Ropama geschil6 stelt een koper van aandelen dat zij bij een verliesgevende onderneming nooit voor goodwill zou hebben betaald en bij wetenschap omtrent het veel lagere eigen vermogen en de verliesgevendheid de koop niet zou hebben gesloten. Zij vordert derhalve schade gerelateerd aan de koopprijs.7 Er is van deze procedure slechts een tussenvonnis gepubliceerd, dus het is onduidelijk of de vordering is toegewezen.
In de casuspositie die ten grondslag ligt aan het Heli Holding8 geschil beroept een financier zich op het feit dat hij niet tot financiering was overgegaan indien hij bekend was geweest met de juiste cijfers. De geleden schade als gevolg van de beroepsfout van de accountant wordt door het hof begroot op het bedrag van de lening dat nog niet is afgelost. Het hof overweegt: ‘Op grond van hetgeen partijen over en weer hebben gesteld komt het hof tot het oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat Heli Holding in de gegeven omstandigheden een onjuist inzicht van de financiële situatie van de Naturo-organisatie heeft verkregen en daarvan uitgaande vervolgens een financiering heeft verstrekt. Niet kan worden aangenomen dat Heli Holding niet op de betreffende gegevens mocht afgaan. Voldoende aannemelijk is dat Heli Holding niet tot de financiering van de Naturo-organisatie was overgegaan als de [accountant] aan de jaarrekening 1994 een goedkeurende verklaring had onthouden, daarin een toelichtende paragraaf aangaande de bedreiging van de continuïteit had opgenomen en de prognoses in het waarderingsrapport waren gebaseerd op de destijds intern reeds beschikbare gegevens”.
De accountant van Landis Group NV heeft met een consortium van banken een schikking getroffen, nadat tuchtrechtelijk was geoordeeld dat ten onrechte een goedkeurende verklaring is afgegeven bij de jaarrekening van 2000 van Landis.9 De grondslag voor de claim is niet bekend gemaakt, maar het ligt voor de hand dat deze samenhangt met een door het consortium van banken verstrekte financiering.
Afgelopen jaren zijn er diverse schikkingen van accountants met schuldeisers getroffen, nadat vast was komen te staan dat er ten onrechte een goedkeurende verklaring was afgegeven bij de jaarrekening (zie paragraaf 5.7). De grondslag voor de claim van de schuldeisers is eveneens niet bekend gemaakt, maar ik vermoed dat deze samenhangt met (geleden schade als gevolg van) door een derde genomen beslissingen op basis van een jaarrekening waarbij ten onrechte een goedkeurende verklaring is afgegeven.
– Daling van de beurskoers
Beleggers bij beursvennootschappen kunnen tot slot de geleden schade als gevolg van een daling van de beurskoers vorderen. In de procedures van VEB/aandeelhouders jegens de accountants van Landis Group N.V. respectievelijk Inno Concepts N.V. werd koersschade gevorderd. In deze geschillen zijn schikkingen getroffen van € 4,5 mln en € 6,5 mln (zie paragraaf 5.7 inzake schikkingen).