Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.3.0:7.3.0 Introductie
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.3.0
7.3.0 Introductie
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS455352:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast het hierboven uiteengezette algemene vervreemdingsbegrip dat ten grondslag ligt aan art. 20a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB bevat de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling in art. 20a, zesde lid, Wet IB een aantal (rechts)han-delingen en omstandigheden die expliciet onder het vervreemdingsbegrip zijn gebracht. Ingevolge art. 20a, zesde lid, Wet IB wordt onder de vervreemding van aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen (mede) begrepen:
het inkopen van aandelen;
het afkopen en inkopen van winstbewijzen;
het betaalbaar stellen van liquidatie-uitkeringen;
het van rechtswege worden van aandeelhouder of houder van winstbewijzen in of schuldeiser van een andere vennootschap, ingeval vermogen van de vennootschap waarin de belastingplichtige aandeelhouder is of waarvan hij houder van winstbewijzen is, onder algemene titel overgaat op een andere vennootschap;
het aflossen van schuldvorderingen;
de overgang onder algemene titel alsmede de overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel;
het brengen in het vermogen van een onderneming;
het niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang;
het anders dan door overlijden ophouden binnenlands belastingplichtige te zijn, hieronder begrepen de situatie waarin de belastingplichtige ingevolge het bepaalde in de Belastingregeling voor het Koninkrijk dan wel een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting voor de toepassing van die regeling, onderscheidenlijk dat verdrag geacht wordt geen inwoner van Nederland meer te zijn.
Hieronder wordt aan bovengenoemde (fictieve) vervreemdingen afzonderlijk aandacht besteed.
Op deze plaats is het goed te bedenken dat de functie van art. 20a, zesde lid, Wet IB drieledig is:
in de eerste plaats worden in art. 20a, zesde lid, Wet IB rechtshandelingen onder het vervreemdingsbegrip gebracht, waarvan wordt aangenomen dat zij reeds een vervreemding zijn volgens de hoofdregel van art. 20a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB. De opname van deze rechtshandelingen dient dan het doel om een meer subjectieve invulling van de belastingheffing mogelijk te maken. In dit licht moet de vermelding van het inkopen van aandelen in art. 20a, zesde lid, onderdeel a, Wet IB alsmede het afkopen en inkopen van winstbewijzen in art. 20a, zesde lid, onderdeel b, Wet IB worden gezien;
in de tweede plaats worden in art. 20a, zesde lid, Wet IB (rechts)handelin-gen en omstandigheden onder het begrip 'vervreemding' gebracht, waarvan nadrukkelijk geen sprake is van een vervreemding. Dit is het geval met betrekking tot het betaalbaar stellen van liquidatie-uitkeringen, het aflossen van schuldvorderingen, de overgang onder algemene titel, het brengen van aandelen in het vermogen van een onderneming, het niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang en emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder;
in de derde plaats worden in art. 20a, zesde lid, Wet IB (rechts)handelingen en omstandigheden onder het begrip 'vervreemding' gebracht waarvan onduidelijk is of wel sprake is van een vervreemding, maar door opname in art. 20a, zesde lid, Wet IB wordt elke discussie op voorhand vermeden. Tegen deze achtergrond kan het uitdrukkelijk noemen van de juridische fusie en (met ingang van 1 februari 1998) de juridische splitsing alsmede sedert 1 januari 1998 de vermelding van de overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel, i.e. het legaat, worden geplaatst.