Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.3.6.1
4.3.6.1 Montan-MitbestG en MitbestErgG
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS389773:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voorwaarde is dat bij de zeggenschap uitoefende vennootschap een concernondernemingsraad is ingesteld. De werknemers werkzaam bij concernondernemingen tellen niet mee voor de drempelvoorwaarde van 1.000 werknemers waarboven het Montan-MitbestG in werking treedt.
Om het toepassingsbereik van het MitbestErgG zeker te stellen is de wet een aantal keren gewijzigd. Dit is gebeurd met het Gesetz zur Änderung des Montan-Mitbestimmungsgesetzes und des Mitbestimmungs-Ergänzungsgesetzes in 1981 en het Gesetz zur Sicherung der Montanmitbestimmung in 1988.
Indien de zeggenschap uitoefende vennootschap (lees: de moedervennootschap) valt onder het Montan-MitbestG gaat deze wet voor en vindt het MitbestErgG geen toepassing (§ 2 MitbestErgG).
Oorspronkelijk was de eis dat minimaal 2.000 werknemers van het concern werkzaam moesten zijn binnen de mijn-, kool- en staalindustrie. Het Bundesverfassungsgericht oordeelde in december 1999 dat deze eis in strijd was met het gelijkheidsbeginsel van Art. 3 paragraaf 1 Grundgesetz (BvL 2/91). Reden was dat de connexiteit van het concern met de mijn-, kool- en staalindustrie niet kon worden vastgesteld aan de hand van een absoluut aantal, maar enkel door het aantal te vergelijken met het totale aantal werknemers van het concern. Met inwerkingtreding van het Zweites Gesetz zur Vereinfachung der Wahl der Arbeitnehmervertreter im Aufsichtsrat in 2004 is de eis van 2.000 werknemers gewijzigd in 1/5 deel van de werknemers in dienst van het concern.
Oetker (2011), p. 2316 (§ 1, Rn. 21).
Het Montan-MitbestG kent onder bepaalde omstandigheden de werknemers van concernvennootschappen (afhankelijke maatschappijen) een actief en passief stemrecht toe bij de samenstelling van de Aufsichtsrat van de moeder die onder het toepassingsbereik valt (§ 1 Abs. 4).1 Daarnaast regelt het Mitbestummungsergänzungsgesetz (MitbestErgG)2 de positie van de afhankelijke maatschappij die aan het Montan- MitbestG is onderworpen, terwijl dat niet voor de moedervennootschap geldt.3 De zeggenschap uitoefende vennootschap – die dus niet aan de criteria van het Montan- MitbestG voldoet – is aan het MitbestErgG onderworpen indien haar concernvennootschappen gezamenlijk 20% van de groepsomzet halen uit de activiteiten in de mijn-, kool- en staalindustrie (Montanquota) of indien 1/5 deel van het totale aantal werknemers van het concern in deze industrie werkzaam is.4 De inhoud van het MitbestErgG komt in grote lijnen overeen met het Montan-MitbestG. Het MitbestErgG is momenteel zonder betekenis, nu geen enkel concern aan de voorwaarden voldoet.5