De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer
Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/2.4.2.1:2.4.2.1 Toerekening op grond van schuld
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/2.4.2.1
2.4.2.1 Toerekening op grond van schuld
Documentgegevens:
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855422:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bakels 2011/54; Streefkerk, Schuldeisersverzuim (Mon. BW nr. B32c) 2018/11.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De term ‘schuld’ kan in verband met schuldeisersverzuim verwarrend werken. Het gaat er namelijk niet zozeer om dat de opdrachtgever (schuldeiser) zich verwijtbaar of onzorgvuldig heeft gedragen, maar of de verhindering door zijn toedoen is teweeggebracht. Daarvan is sprake als het niet-werken is veroorzaakt door een gedraging van de opdrachtgever (schuldeiser) die – in het licht van de verbintenis – niet ‘normaal’ of ‘geïndiceerd’ was en door hem vermeden had kunnen worden.1 Dat wil zeggen: de opdrachtgever (schuldeiser) handelt anders dan de opdrachtnemer (schuldenaar) van hem mag verwachten met het oog op een behoorlijke nakoming van de verbintenis. De hoedanigheid van partijen speelt hier een rol. Zo mag een opdrachtnemer in dit kader meer verlangen van een deskundige opdrachtgever die veel personeel in dienst heeft dan van een ondeskundige eenpitter. Een bepaalde gedraging kan dus sneller aan een ‘grote’ opdrachtgever worden toegerekend op grond van schuld. Een voorbeeld van toerekening op grond van schuld is de opdrachtgever die simpelweg vergeet zijn personeel in te lichten waar in het bedrijf de opdrachtnemer de werkzaamheden exact moet verrichten en ook onbereikbaar is, waardoor de opdrachtnemer de opdracht niet kan uitvoeren.