Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/V.K:V.K. EEN VLIEGENDE START OP DE ANTILLEN
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/V.K
V.K. EEN VLIEGENDE START OP DE ANTILLEN
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS407176:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Antilliaanse concept-voorontwerp1 van het nieuwe erfrecht, heeft men waarschijnlijk geleerd van de Nederlandse discussie rondom de afwikkelingsbewindvoerder en wordt van meet af aan niets aan het toeval overgelaten. DeToelichting bij lid1 van (het identieke) art. 4:171 BW is kort en krachtig:
'Artikel 171
Eerste lid. De erflater is in beginsel vrij de bevoegdheden van de bewindvoerder te verruimen, als ook te beperken. Zo kan de erflater de bewindvoerder opdragen om de rechthebbende periodiek uitkeringen uit het bewindsvermogen te doen. Hij kan tevens bepalen dat de beschikkingsbevoegdheid uitsluitend aan de bewindvoerder toekomt, zonder medewerking van de rechthebbende doch met machtiging van de rechter; hij kan eveneens bepalen dat de bewindvoerder zonder medewerking van de rechthebbende en zonder machtiging van de rechter kan beschikken' (Curs. BS)
Meer is er niet meer toe te lichten. Verdelen is immers ook beschikken. Het grote verschil met de Nederlandse parlementaire geschiedenis is dat bij ons de kwestie: beschikkingsbevoegdheid zonder medewerking van de rechthebbende en zonder machtiging van de rechter 'slechts' in 'kamerstuk nr. 9' aan de orde is geweest en niet meer met zoveel woorden herhaald is. Althans dat was met name de aanleiding voor de door Huijgen aangezwengelde discussie. Een prominentere plaats dan in de Memorie van Toelichting is niet meer mogelijk. De wettekst zelf liet immers reeds aan duidelijkheid niets te wensen over.
Ik sluit dit hoofdstuk over de uitbreiding van de opdracht van de executeur met afwikkelingsbewinden testamentaire lasten (om daarmee een zelfstandige verdelingsbevoegdheid te creeren) af met de woorden van Kolkman:2 'Een heter hangijzer is op dit moment (2004) in de erfrechtelijke praktijk niet denkbaar.' Kolkman zal het ongetwijfeld met mij eens zijn dat na de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 11 oktober 2006 dit erfrechtelijke hangijzer behoorlijk afgekoeldis.
Eventuele 'problemen' op het gebiedvan executele en bewind zullen zich de komende jaren met name op overgangsrechtelijk terrein gaan voordoen. Hier zal ik in het volgende hoofdstuk op ingaan.
Hoe verhouden zich de oude en de nieuwe erfrechtelijke aard van de executeur in de overgangsfase?