Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.6.2:4.6.2 Ruime uitleg personele reikwijdte in literatuur vóór arresten Montedison en Lammers-Aerts
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.6.2
4.6.2 Ruime uitleg personele reikwijdte in literatuur vóór arresten Montedison en Lammers-Aerts
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS302477:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een “gematigd ruime” uitleg van art. 2:11 BW treft men aan bij Dijk. Dijk wil namelijk in art. 2:11 BW achter de woorden “de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder” lezen: “in de zin van het artikel waarop de aansprakelijkheid is gebaseerd”.1 Eerstegraads (mede-)beleidsbepalers vallen derhalve naar zijn mening onder de personele reikwijdte van art. 2:11 BW. In zoverre is de uitleg van Dijk als “ruim” te beschouwen. Naar de mening van Dijk vallen tweedegraads (mede-)beleidsbepalers echter niet onder de reikwijdte van art. 2:11 BW. Vandaar dat ik zijn uitleg als “gematigd ruim” kwalificeer. Tuit is van mening dat – indien een moedermaatschappij als (mede-)beleidsbepaler in een dochtermaatschappij zou worden gekwalificeerd – voor de toepassing van art. 2:138 BW de bestuurders van de moedermaatschappij tevens hoofdelijk aansprakelijk zijn.2
Wezeman en Lennarts zijn van mening dat de bestuurders van een rechtspersoon op grond van art. 2:11 BW aansprakelijk zijn indien die rechtspersoon als (mede-)beleidsbepaler in de zin van art. 2:138/248 BW is opgetreden.3 Wezeman gaat in op de wetsgeschiedenis. Daaruit blijkt naar zijn mening dat het de bedoeling was dat in elk geval de formele bestuurders van de eerstegraads rechtspersoon-(mede-)beleidsbepaler onder de reikwijdte van art. 2:11 BW zouden vallen. Dit zou niet de bedoeling zijn ten aanzien van de tweedegraads (mede-)beleidsbepaler.4 Volgens Wezeman wil art. 2:11 BW echter in de praktijk bij de toepassing van aansprakelijkheidsbepalingen tussengeschoven rechtspersoon-bestuurders negeren. De bewoordingen van art. 2:11 BW moeten naar zijn mening zodanig worden uitgelegd dat zij in harmonie zijn met de toev te passen aansprakelijkheidsbepaling.5 Dat geldt zowel voor de eerstegraads bestuurder, als voor de tweedegraads bestuurder. Lennarts sluit zich bij deze mening aan.6