Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.13.3:4.13.3 De niet-gedagvaarde tweedegraads bestuurder
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.13.3
4.13.3 De niet-gedagvaarde tweedegraads bestuurder
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS298901:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een persoon een vordering heeft c.q. pretendeert te hebben jegens een eerstegraads rechtspersoon-bestuurder en een tweedegraads bestuurder doet die persoon er verstandig aan om beide bestuurders in rechte te betrekken (te dagvaarden). Indien de betreffende persoon slechts de eerstegraads bestuurder dagvaardt en uiteindelijk de aansprakelijkheid van die eerstegraads bestuurder vast komt te staan, dan rust die aansprakelijkheid op grond van art. 2:11 BW tevens hoofdelijk op de tweedegraads bestuurder. Rechterlijke uitspraken binden echter slechts de procespartijen. Aangezien de tweedegraads bestuurder zelf geen partij is bij de procedure – hij is in het gegeven voorbeeld immers niet gedagvaard – zijn voor hem geen rechtsgevolgen verbonden aan het rechterlijk oordeel in die zaak. De tweedegraads bestuurder kan in dat geval niet tot schadevergoeding veroordeeld worden. Alleen indien de tweedegraads bestuurder zelf partij is in een procedure kan worden beslist of – en zo ja, tot welk bedrag – hij aansprakelijk is voor de schade. Overigens geldt dat een bestuurder niet alleen partij kan zijn bij een procedure omdat hij is gedagvaard. Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan namelijk vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen (art. 217 Rv).
Op zich is voormeld resultaat logisch. Het staat de tweedegraads bestuurder namelijk vrij een disculperend verweer te voeren. De tweedegraads bestuurder kan in dat kader zelfs betogen dat de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder in het geheel niet aansprakelijk is. Die mogelijkheid zou hij niet hebben ingeval de rechterlijke uitspraak met betrekking tot de eerstegraads rechtspersoon- bestuurder onverkort van toepassing zou zijn op de tweedegraads bestuurder.