Het inzagerecht
Einde inhoudsopgave
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2010/4.3:4.3 Schadevorderingen wegens schending van de communautaire antitrustregels
Archief
Het inzagerecht (BPP nr. IX) 2010/4.3
4.3 Schadevorderingen wegens schending van de communautaire antitrustregels
Documentgegevens:
Mr. J.R. Sijmonsma, datum 17-05-2010
- Datum
17-05-2010
- Auteur
Mr. J.R. Sijmonsma
- JCDI
JCDI:ADS452759:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De woorden `schadevorderingen' en `antitrustregels' in het Groenboek zijn dus vervangen door de woorden 'schadevergoedingsacties' en `mededingingsregels'.
Zie verder W.A.7. van Lierop en E.H. Pijnacker Hordijk, Privaatrechtelijke aspecten van het mededingingsrecht, Preadvies 2007 uitgebracht voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht, Kluwer 2007.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 2.3 is het Groenboek Schadevorderingen wegens schending van de communautaire antitrustregels dat de Europese Commissie op 19 december 2005 heeft ingediend, al aan de orde geweest. Ik voeg daar nog het volgende aan toe.
De Europese Commissie stelt in het Groenboek voorop dat een felle concurrentie op een open interne markt de beste garantie biedt voor een toename van de productiviteit. Handhaving van het mededingingsrecht is dan ook een essentieel onderdeel van de 'strategie van Lissabon', gericht op de groei van de economie en de schepping van arbeidsplaatsen. Een soepelere regeling inzake schadevorderingen wegens schending van de antitrustwetgeving, zal tot gevolg hebben dat consumenten en ondernemingen die schade hebben geleden als gevolg van een inbreuk op de antitrustregels gemakkelijker schadevergoeding van de inbreukmaker kunnen krijgen, maar zal ook leiden tot betere handhaving van het mededingingsrecht.
De Europese Commissie stelt voorop dat schadevorderingen in antitrustzaken meestal een uitgebreid feitenonderzoek vergen. Een specifiek probleem bij dit soort geschillen is dat het relevante bewijsmateriaal vaak niet gemakkelijk verkrijgbaar is en zich meestal bevindt bij de partij die zich schuldig heeft gemaakt aan mededingingsverstorende gedragingen. Toegang van verzoekers tot dit bewijsmateriaal is van essentieel belang om op doeltreffende wijze schadevorderingen te kunnen instellen. De Europese Commissie wil daarom nagaan of partijen verplicht moeten worden om documenten te verstrekken of om op een andere wijze toegang te verlenen tot bewijsmateriaal.
Voor de reactie van de Nederlandse regering op 28 april 2006 op dit Groenboek volsta ik met verwijzing naar par. 2.3 hiervoor.
Het Groenboek is, op verzoek van het Europees Parlement, gevolgd door het op 2 april 2008 door de Europese Commissie ingediende Witboek betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels.1 De Europese Commissie benadrukt nog stelliger dat schadevergoedings acties wegens schending van de mededingingsregels een aantal specifieke kenmerken hebben waarmee onvoldoende rekening wordt gehouden in de klassieke regels inzake civiele aansprakelijkheid. Die kenmerken zijn onder meer de bijzonder complexe feitelijke en economische analyse die moet worden uitgevoerd, het feit dat cruciaal bewijsmateriaal vaak niet toegankelijk is en door gedaagden wordt achtergehouden en de vaak ongunstige kosten/batenverhouding voor eisers.
Feiten spelen een erg belangrijke rol, terwijl veel van het cruciale bewijsmateriaal dat voor de bewijsvoering in een zaak van schadevergoedingsacties wegens schending van mededingingsregels nodig is, wordt achtergehouden en vaak in handen is van gedaagde of derden. De Europese Commissie noemt dit een structurele informatieasymmetrie die moet worden ondervangen, waarbij de negatieve effecten van te brede en belastende openbaarmakingsverplichtingen vermeden moeten worden. De Europese Commissie wenst een minimale openbaarmaking tussen de procespartijen en wil hierbij voortbouwen op de benadering die is gehanteerd in Richtlijn 2004/48EG. De Europese Commissie stelt voor dat de nationale rechter in specifieke omstandigheden de bevoegdheid moet krijgen om procespartijen of derden te bevelen welomschreven categorieën van relevant bewijsmateriaal openbaar te maken. Bij de toekenning van deze bevoegdheid hebben in elk geval de volgende voorwaarden te gelden:
eiser moet alle feiten en bewijsmiddelen hebben gepresenteerd die redelijkerwijs voor hem beschikbaar zijn;
eiser moet de rechter genoegzaam hebben aangetoond dat hij niet in staat is op een andere wijze het verlangde bewijsmateriaal over te leggen;
eiser moet voldoende hebben aangegeven welke precieze categorieën bewijsmateriaal openbaar moeten worden gemaakt;
eiser moet de rechter genoegzaam overtuigd hebben dat de beoogde openbaarmaking zowel relevant is voor de zaak als noodzakelijk en evenredig.
De rechter dient verder de bevoegdheid te krijgen om, teneinde te voorkomen dat relevant bewijsmateriaal wordt vernietigd, afdoende sancties met een afschrikwekkende werking op te leggen. Zo zou het de rechter mogelijk gemaakt moeten worden om uit een dergelijke vernietiging van bewijsmateriaal voor de vernietiger van bewijsmateriaal ongunstige conclusies te trekken in de civiele schadeprocedure.2