Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.7.6
1.7.6 Modernisering en decentralisering van de handhaving van het Europees mededingingsrecht
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574059:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de modernisering van het Europees mededingingsbeleid bijvoorbeeld Ehlermann 2000, p. 537-590; Rodger 1999, p. 653-663 en de bijdragen van diverse auteurs in Rivas & Horspool 2000. Ehlermann beschouwt de modernisering van het Europees mededingingsbeleid als een juridische en culturele revolutie.
Uitgezonderd de vaststelling van niet-toepasselijkheid op grond van art. 10 Verordening 1/2003. Indien het algemeen belang van de Gemeenschap met betrekking tot de toepassing van de art. 81 EG en 82 EG dit vereist, kan de Commissie op grond van art. 10 Verordening 1/2003 ambtshalve bij beschikking vaststellen dat art. 81 EG niet van toepassing is, hetzij omdat niet aan de voorwaarden van art. 81 lid 1 EG is voldaan, hetzij omdat aan de voorwaarden van art. 81 lid 3 EG is voldaan. Met betrekking tot art. 82 EG kan de Commissie ook een dergelijke vaststelling doen.
Met de modernisering en decentralisering van de handhaving van het Europees mededingingsrecht bedoel ik, zoals reeds in § 1.1.4 is besproken, het proces van hervorming van Verordening 17/62 en de daarmee gepaard gaande inwerkingtreding van Verordening 1/2003 per 1 mei 2004.1 Het doel van de nieuwe Verordening 1/2003 is een effectievere toepassing van het Europees mededingingsrecht. Er zijn drie belangrijke veranderingen doorgevoerd.
In de eerste plaats de afschaffing van de mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing van de Commissie van het kartelverbod zoals neergelegd in artikel 81 lid 1 EG.2 Onder de nu van kracht zijnde Verordening 1/2003 zullen ondernemingen zelf moeten beoordelen of ze voldoen aan de exceptie van artikel 81 lid 3 EG.
In de tweede plaats de versterking van de controle achteraf op de naleving van de mededingingsregels, waarbij het zwaartepunt van de activiteiten van de Commissie bij het opsporen van de zware overtredingen van de artikelen 81 en 82 EG ligt.
In de derde plaats een gedecentraliseerde toepassing van de mededingingsregels. Naast de Commissie kunnen ook nationale mededingingsautoriteiten en nationale rechterlijke instanties de mededingingsbeperkende afspraken en gedragingen volledig aan het kartelverbod (artikel 81 EG) en de bepaling over het misbruik maken van een economische machtspositie (artikel 82 EG) toetsen. De bevoegdheid om te toetsen aan artikel 81 lid 1 EG en artikel 82 EG bestond reeds, maar het monopolie van de Commissie om individuele ontheffingen te verlenen op grond van artikel 81 lid 3 EG is onder Verordening 1/2003 verdwenen. De bevoegdheid om artikel 81 lid 3 EG toe te passen komt nu toe aan de nationale mededingingsautoriteiten én de nationale rechters. Met de term nationale rechter wordt bedoeld de nationale burgerlijke rechter, tenzij uitdrukkelijk staat vermeld dat met deze term de nationale bestuursrechter wordt bedoeld.