Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/7.3.3.2:7.3.3.2 Doorlopende fiscale eenheid met terugwerkende kracht na omzetting
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/7.3.3.2
7.3.3.2 Doorlopende fiscale eenheid met terugwerkende kracht na omzetting
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS494036:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De fiscale eenheid kan mijns inziens met terugwerkende kracht tot de aanvang van het boekjaar verbreken ten aanzien van de omzettende dochtermaatschappij indien een beroep wordt gedaan op het Besluit van 9 maart 2006, nr. CPP2005/2571M, BNB 2006/146 (zie par. 3.5.6.4 en par. 7.2.3.1 hiervóór). In het sequeel hiervan verbreekt eveneens de fiscale eenheid met terugwerkende kracht ten aanzien van een kleindochtermaatschappij waarvan de aandelen (on)middelijk tot het bezit horen van de omzettende dochtermaatschappij. Evenals bij de omzetting van een moedermaatschappij met terugwerkende kracht (zie par. 7.2.3.3), kan vervolgens behoefte bestaan aan de vorming van een zogenoemde nieuwe ‘doorlopende’ fiscale eenheid met terugwerkende kracht tot de aanvang van het boekjaar tussen de overigens van de fiscale eenheid met de omzettende rechtspersoon deel uitmakende maatschappijen. Gedacht kan worden aan de vorming van een doorlopende fiscale eenheid tussen BV D2 en BV D3 in de onderstaande figuur waarin BV D1 zich omzet in een stichting.
Zoals vermeld in paragraaf 7.2.3.3 hiervóór, kan een doorlopende fiscale eenheid niet tot stand komen indien de omzetting plaatsvindt met een terugwerkende kracht van meer dan drie maanden. Dit vanwege voor een fiscale-eenheidsverzoek geldende maximale terugwerkende kracht van drie maanden (art. 15 lid 5 Wet VPB 1969). Een vergelijkbaar probleem is in art. 18a lid 1 onderdeel a en lid 2 Besluit fiscale eenheid 2003 opgelost voor de situatie waarin een dochtermaatschappij van een fiscale eenheid met terugwerkende kracht verdwijnt in het kader van een fusie of splitsing. Het verdient mijns inziens aanbeveling om art. 18a Besluit fiscale eenheid 2003 uit te breiden met de omzettingsfiguur. Die uitbreiding komt erop neer dat de dochtermaatschappijen waarin de omzettende rechtspersoon een (on)middelijk aandelenbezit in heeft, met elkaar een fiscale eenheid kunnen vormen met terugwerkende kracht tot de aanvang van het boekjaar waarin de omzetting plaatsvindt, indien het verzoek daartoe binnen drie maanden na het verlijden van de omzettingsakte wordt gedaan.