Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/70.2.2
70.2.2 Papieren versie
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2008, 145, p. 51.
Op de vaststelling van een bestemmingsplan is afd. 3.4 Awb van toepassing, zie art. 3.8 lid 1 Wro.
Art. 2.1 lid 1 onder c Wabo verbiedt het gebruik van gronden of bouwwerken als dat gebruik in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
In art. 8.1.1 Bro werd voorzien in een overgangsperiode tot 1 juli 2009; zie ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2998 m.n. r.o. 2.5.
ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1307.
In gelijkluidende zin onder meer: ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017: 3499 m.n. r.o. 4.3 en ABRvS 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3222 m.n. r.o. 8.
Uiteraard moet worden onderkend dat niet iedereen bij machte is om zelf informatie van internet te halen, maar daarin kan op andere manieren worden voorzien. Bijv. door te borgen dat diegenen de desbetreffende informatie op het gemeentehuis krijgen uitgereikt.
Omdat het elektronische besluit door de mens niet kan worden gelezen, bevat het Bro een tweetal verplichtingen om dit besluit voor de mens toegankelijk te maken.
In de eerste plaats moet het elektronische besluit worden omgezet in een elektronisch kaartbeeld. Dit wordt ook wel het elektronische ‘document’ genoemd. Dit document is op een beeldscherm te zien in een viewomgeving met functionaliteiten die het mogelijk maken om inzage te krijgen in alle relevante juridische informatie die in het elektronische besluit besloten ligt. 1Ik bespreek dat in paragraaf 3.1 nader.
In de tweede plaats moet ingevolge artikel 1.2.3 Bro van het elektronische document een papieren versie beschikbaar zijn. Deze verplichting moet los worden gezien van het schriftelijkheidsvereiste van artikel 1:3 Awb. De papieren versie van het elektronische document, is louter bedoeld om de toegankelijkheid van de informatie die in het elektronische document kan worden geraadpleegd, te vergroten. De papieren versie moet worden gezien in het historische perspectief dat anno 2008 het aantal mensen dat (continue) toegang had tot het internet, aanmerkelijk kleiner was dan vandaag de dag. Vanuit de huidige situatie bezien, kan de verplichting om een papieren versie vast te stellen wellicht als ‘ouderwets’ worden bestempeld. Hoe het ook zij, de papieren versie is nimmer een constitutief vereiste geweest voor de rechtmatigheid of de rechtskracht van een elektronisch besluit.
Het bestaan van een papieren versie naast een elektronisch document, vooronderstelt dat beide versies identiek zijn. Een papieren versie kan echter om verschillende redenen afwijken van het elektronische document. Bijvoorbeeld doordat het definitief vastgestelde elektronische document afwijkt van het elektronische document dat in ontwerp ter inzage heeft gelegen en de papieren versie abusievelijk is gebaseerd op de ontwerpversie van het elektronische document.2 In zo’n geval kan het voorkomen dat uit de papieren versie andere gebruiksmogelijkheden voor gronden of bouwwerken volgen dan uit het elektronische document valt op te maken. Het behoeft geen uitleg dat een dergelijke discrepantie de rechtszekerheid niet ten goede komt.3 Om die reden voorziet het tweede lid van artikel 1.2.3 van het Bro in een voorrangsregeling: ‘Indien de inhoud van een elektronisch document als bedoeld in het eerste lid tot een andere uitleg aanleiding geeft dan de papieren versie, is het eerstgenoemde document beslissend’.4
Het nut van deze regeling heeft zich in de (rechts)praktijk bewezen. Bijvoorbeeld in een Afdelingsuitspraak van 17 mei 2017 (met name r.o. 7.7):5
‘Ten aanzien van de door [appellant] geuite vrees dat hij hinder zal ondervinden van bezoekers van het plangebied vanwege een voorzien educatief centrum, overweegt de Afdeling dat ingevolge artikel 3, lid 3.1, van de elektronische versie van het vastgestelde plan een educatief centrum niet binnen de doeleindenomschrijving van de bestemming ‘Gemengd-Agrarisch en Zonneveld’ valt. De papieren en elektronische versie van het plan komen in zoverre evenwel niet overeen. In de papieren versie van het plan zijn de voor ‘Gemengd-Agrarisch en Zonneveld’ aangewezen gronden tevens bestemd voor kleinschalige educatieve doeleinden die direct samenhangen met de overige binnen deze bestemming beoogde functies. Daargelaten de vraag of op grond van dit doel een educatief centrum is toegestaan, bepaalt artikel 1.2.3, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening dat indien de inhoud van een elektronisch vastgesteld plan tot een andere uitleg aanleiding geeft dan de papieren versie, het eerstgenoemde document beslissend is. Gelet hierop is de elektronische versie van het plan bepalend en maakt het plan derhalve geen educatief centrum mogelijk.’6
Een casus als deze onderstreept tegelijkertijd het risico dat vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en rechtszekerheid kleeft aan het wettelijk verplicht stellen van een papieren versie naast een elektronisch document. Gelet op de huidige beschikbaarheid en toegang tot internet, kan de vraag worden gesteld of een dergelijke verplichting nog ‘van deze tijd’ is.7