Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/69:69 Verbod révision au fond
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/69
69 Verbod révision au fond
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505232:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie reeds H.E. Ras, ‘De betekenis van het EEG-Executieverdrag voor de rechter van het land waar een onder het verdrag vallende zaak wordt aangebracht’, TvP 1975, p. 851 e.v.. Onderstreept door HvJ 13 oktober 2011, C-139/10, nng, (Prism Investments) NJ 2012/18 m.nt. M.V. Polak.
P. Vlas, Groene Serie, Burgerlijke Rechtsvordering (Kluwer), EEX-Vo, art. 35, aant. 2.
Hess 2010, p. 340 e.v..
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het wederzijds vertrouwen komt vooral tot uitdrukking in het zojuist al genoemde verbod van ‘révision au fond’ van art. 52 EEX-Vo II. Deze bepaling spreekt in grote mate voor zich: een onderzoek naar de juistheid van de in den vreemde gewezen beslissing verdraagt zich niet met het wederzijds erkennen van beslissingen. Daarnaast is een belangrijk uitvloeisel van wederzijds vertrouwen het ook in art. 45 lid 3 EEX-Vo II opgenomen verbod op toetsing van de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gewezen in de staat van herkomst. Slechts in de in art. 45 lid 1 onder e EEX-Vo II genoemde gevallen mag de aangezochte rechter die over erkenning en tenuitvoerlegging heeft te oordelen – de ‘tweede’ rechter – oordelen over de bevoegdheid van de rechter in een andere lidstaat die de beslissing heeft gegeven waarvan erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht – de ‘eerste’ rechter.1 De hoofdregel blijft echter dat – conform art. 52 EEX-Vo II – de bevoegdheid van de eerste rechter niet wordt getoetst. Hier spelen geen grote problemen. Het doet niet ter zake of de eerste rechter zijn bevoegdheid heeft gebaseerd op de bepalingen van de EEX-Verordening II , via art. 6 EEX-Vo II op zijn commune IPR, of dat hij wellicht in strijd met art. 5 EEX-Vo II zijn rechtsmacht heeft gebaseerd op een exorbitante bevoegdheidsregel.2 In al deze gevallen geldt de hoofdregel dat de tweede rechter niet mag toetsen of de eerste rechter zich terecht bevoegd heeft verklaard. Dit gevolg van het beginsel van wederzijds vertrouwen levert weinig problemen op en is dan ook algemeen geaccepteerd.3