Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.9.2:9.4.9.2 Andere ontwikkelingen op Europees niveau
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.9.2
9.4.9.2 Andere ontwikkelingen op Europees niveau
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574013:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 2004/48, PbEU L157/45.
Storme 1994, p. 128-135, 195-198.
Storme 1994, p. ix en x.
Zie over dit rapport onder meer Chorus 2004, p. 25-41; Freudenthal 2004, p. 29-37; Goldstein 2001, p. 789-801.
Uiteraard is er ook de nodige kritiek op het rapport Storme, zie bijvoorbeeld Lindblom 1997, p. 11-46.
Zie over de ALI-Unidroit Principles ook Verkerk & Verkijk 2006, p. 212-223.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het werkdocument behorende bij het Groenboek wordt verwezen naar de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, het rapport Storme en de ALI-unidroit principles. Artikel 6 lid 1 van de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten luidt:
'De lidstaten dragen er zorg voor dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd dat voldoende is om haar vorderingen te onderbouwen, en voor de staving van haar vorderingen bewijsmateriaal heeft genoemd dat zich in de macht van de wederpartij bevindt, overlegging van dit bewijsmateriaal door de wederpartij kunnen gelasten, behoudens bescherming van vertrouwelijke informatie. Voor de toepassing van dit lid kunnen de lidstaten bepalen dat een redelijk monster van een belangrijk aantal exemplaren van een werk of enig ander beschermd voorwerp, door de bevoegde rechterlijke instanties als aanvaardbaar bewijsmateriaal moet worden beschouwd.'1
In de European Code of Civil Procedure en de ALI-unidroit Principles of Transnational Civil Procedure is reeds aandacht besteed aan een regeling betreffende disclosure.2De European Code of Civil Procedure is een in 1993 in opdracht van de Comissie uitgebracht rapport van een werkgroep onder leiding van Marcel Storme. De werkgroep Storme heeft, in verband met het ontbreken van de tijd om een volledig wetboek voor de civiele procedure in Europa te ontwerpen, een keuze gemaakt om op een aantal gebieden een serie bepalingen te ontwerpen die de regels in de toen nog 12 lidstaten van de EG zouden kunnen harmoniseren door middel van richtlijnen.3 Er wordt naast het onderwerp discovery onder meer aandacht besteed aan bewijs, de procedure bij verstek, de gedingkosten, de provisionele voorziening, de dwangsom, de minnelijke schikking, het begin van de instantie en de incassoprocedure. In het rapport zijn regels voorgesteld die zowel voor de common law jurist als de continentale jurist aanvaardbaar zijn.4 Het rapport vormt voor wat betreft de verkrijging van informatie en bewijsmateriaal in de voorfase en de rol van de rechter in die fase (de fase die aan de procedure vooraf gaat) een goed uitgangspunt om op voort te bouwen. Met name de uitvoerige regeling betreffende discovery (negen artikelen met bijbehorende toelichting) is meer dan de moeite waard (zie § 9.4.2.9).5
In de door een gezamenlijke werkgroep van het American Law Institute en Unidroit opgestelde ALI-unidroit Principles of Transnational Civil Procedure zijn principles en rules neergelegd.6 Nadat door een ALI-werkgroep in 1997 de Transnational Rules of Civil Procedure zijn opgesteld zijn de ALI en Unidroit in 2000 met elkaar gaan samenwerken. Als gevolg van die samenwerking zijn de rules in 2001 uitgebreid met Principles of Transnational Civil Procedure. De principles zijn primair bedoeld voor berechting van transnationale commerciële geschillen, maar kunnen ook geschikt zijn voor andere civiele geschillen. In de ALI-unidroit Principles 2004 (16.1-16.6) wordt ook een beperkte vorm van discovery voorgesteld.