Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.3.7
7.3.7 Ten gunste van de verkoper en koper
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258385:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 129, lid 2, UDWU en Commentary 16.1. Activities undertaken by the buyer on his own account after purchase of the goods but before importation. (Adopted, 20th Session, 12 October 1990, 36.280).
Commentary 16.1. Activities undertaken by the buyer on his own account after purchase of the goods but before importation. (Adopted, 20th Session, 12 October 1990, 36.280).
S.L. Sherman & H. Glashoff, Customs valuation: commentary on the GATT customs valuation code, ICC Pub: 1988, p. 76. Zie nader over de behandeling van advertentiekosten onder de CVA: P. Gonzáles Bianchi & J.D. Barbosa Mariño, The Customs Valuation Treatment of Advertisement with regard to Imported Goods, GTCJ 10(11/12), p. 407-416.
Commentary 16.1. Activities undertaken by the buyer on his own account after purchase of the goods but before importation. (Adopted, 20th Session, 12 October 1990, 36.280).
Indien activiteiten worden ontplooid ten gunste van zowel de verkoper als koper, komt de vraag op of de waarde van deze activiteit in aanmerking genomen moet worden voor de vaststelling van de douanewaarde. In de Aantekening op artikel 1, lid 1, CVA staat opgenomen:
Activiteiten die door de koper voor eigen rekening worden verricht, andere dan die waarvoor artikel 8 in een correctie voorziet, worden niet als een indirecte betaling aan de verkoper aangemerkt, zelfs niet indien deze activiteiten als een voordeel voor de verkoper kunnen worden aangemerkt. Voor het vaststellen van de douanewaarde worden de kosten van dergelijke activiteiten derhalve niet aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs toegevoegd.
Voornoemde bepaling was onder het CDW wettelijk verankert in artikel 29, lid 3, onderdeel b, CDW en ontbeert een equivalent onder het DWU. De meest voorkomende activiteiten die zowel de koper als verkoper dienen, zijn enerzijds marketingactiviteiten die tot doel hebben de afzet van de koper te vergroten en daarmee indirect de afzet van de verkoper en anderzijds voor de goederen verstrekte garanties.1 Dat artikel 29, lid 3, onderdeel b, CDW specifiek voor dat doel was opgenomen, blijkt ook uit artikel 149, lid 1, TCDW waarin is opgenomen dat:
Voor de toepassing van artikel 29, lid 3, onder b), van het Wetboek betekent de uitdrukking "activiteiten die verband houden met het verhandelen van de goederen" alle activiteiten die verband houden met marktonderzoek, reclame voor en promotie van de verkoop van de betrokken goederen, alsmede alle activiteiten die verband houden met de voor de goederen verstrekte garanties.
Aldus het tweede lid van artikel 149 TCDW worden voornoemde activiteiten aangemerkt als voor eigen rekening van de koper, zelfs in het geval de koper bij overeenkomst door de verkoper daartoe wordt verplicht en ondanks dat de activiteiten ook de verkoper dienen. De waarde van de verrichte activiteit maakt derhalve geen onderdeel uit van de werkelijk betaalde of te betalen prijs en wordt voorts ook niet als indirecte betaling in aanmerking genomen.2 Hoewel artikel 29, lid 3, onderdeel b, CDW niet is opgenomen onder het DWU-wetgevingspakket, meen ik dat de strekking ervan nog steeds belichaamd wordt in de opzet van de douanewaardebepalingen onder het DWU. Dit blijkt ook uit het feit dat in artikel 129, lid 2, UDWU is opgenomen dat:
Activiteiten die de koper of een met hem verbonden onderneming voor eigen rekening verricht, waaronder die activiteiten die verband houden met het verhandelen van goederen maar met uitzondering van de activiteiten waarvoor in artikel 71 van het wetboek in een aanpassing is voorzien, worden niet als een indirecte betaling aan de verkoper beschouwd.
Marketing- of soortgelijke activiteiten die de koper of een met hem verbonden onderneming voor eigen rekening verricht maken dus geen onderdeel uit van de werkelijk betaalde of te betalen prijs. Het maakt daarbij naar mijn mening niet uit of de activiteiten worden verricht voor of nadat de goederen zijn ingevoerd.3 De vraag is hoe de marketing- of soortgelijke activiteiten worden behandeld indien zij voor rekening van de verkoper van de ingevoerde goederen worden verricht. Indien het een betaling betreft die als voorwaarde voor de verkoop van de ingevoerde goederen werkelijk is of wordt verricht, behoort deze betaling deel uit te maken van de douanewaarde ex artikel 70, lid 2, DWU (onderdeel 7.3.2). Dat betekent dat de goederen door de koper niet kunnen worden aangekocht zonder betaling van de kosten die de verkoper doorbelast ten aanzien van de door hem verrichte marketing- of soortgelijke activiteiten en de kosten verband houden met de ingevoerde goederen. Op het moment dat de kosten niet als verkoopvoorwaarde in rekening worden gebracht, maken de kosten geen onderdeel uit van de transactiewaarde. Dit is anders wanneer de kosten onafscheidelijk in de verkoopprijs zijn opgenomen. De kosten kunnen in dat geval niet in aftrek worden gebracht, te meer artikel 72 DWU voor dergelijke situaties niet voorziet in een aftrekpost (onderdeel 11.8.1 e.v.). Als de kosten separaat worden doorbelast betrekken Sherman & Glashoff de stelling datde kosten eveneens in aanmerking moeten worden genomen voor de vaststelling van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen als indirecte betaling, mits de kosten verband houden met de ingevoerde goederen.4 Ik meen, onder verwijzing naar wat ik hiervoor al opmerkte, dat dit enkel het geval is als de kosten worden betaald als verkoopvoorwaarde. Geen andere in rekening gebrachte kosten worden namelijk in de douanewaarde begrepen, tenzij de kosten aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs moeten worden toegevoegd uit hoofde van artikel 71 DWU (hoofdstuk 11).5
Indien een derde activiteiten verricht ten aanzien van de ingevoerde goederen, moet worden vastgesteld of deze partij zelfstandig optreedt als koper of optreedt als agent (onderdeel 11.2.3.3). In dat laatste geval is de door hem in rekening gebrachte vergoeding belast indien sprake is van een verkoopcommissie of courtage en onbelast als sprake is van een inkoopcommissie (onderdeel 11.2.4).