Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.2.4:4.2.4 Tussenstand
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.2.4
4.2.4 Tussenstand
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270024:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De definitie luidt uiteindelijk als volgt: ‘iedere bewuste frustratie van de waarheidsvinding’. Het onderdeel ‘bewust’ wordt uitgewerkt in § 4.4, het onderdeel ‘frustratie’ in § 4.3. en het onderdeel ‘waarheidsvinding’ in § 4.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een herziening van het systeem van sanctionering van fiscale fraude wordt overwogen, moet duidelijk zijn welke gedragingen onder de noemer fiscale fraude vallen. Er zijn evenzo weinig pogingen gedaan fiscale fraude als gewone fraude te definiëren. Een argument tegen omlijning kan zijn dat juist de niet afgebakende verzamelterm nuttig is. Zo is de term goed bruikbaar om aan te duiden dat één van de beboetbare of strafbare feiten uit de AWR zich voordoet. Aan de andere kant is in de fiscale literatuur wel enige aandacht besteed aan een concretisering van het begrip, vermoedelijk vanwege de slordigheden die geslopen zijn in het – te pas en onpas – gebruik maken van de term, zonder te letten op de exacte invulling en daaraan verbonden juridische consequenties.
In abstracto vallen onder fiscale fraude de gedragingen die bepaalde kernelementen van fraude (in algemene zin) in zich bergen. Vereist zijn allereerst een benadeelde, ten tweede een vorm van gewin, en op de derde plaats een bepaalde mate van bewustheid. Het vierde element, de (frauduleuze) gedraging, bestaat uit het wekken van een onjuiste voorstelling of het niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van inlichtingen en gegevens. Het nut van de afbakening door middel van deze vier elementen blijkt wanneer men zich realiseert dat fraude altijd normoverschrijdend gedrag impliceert, maar dat andersom niet alles wat schadelijk of onwenselijk is als fraude kan worden gekwalificeerd.
Als vertrekpunt voor dit onderzoek is gekozen voor de volgende definitie van fiscale fraude: ‘iedere bewuste frustratie van de fiscale waarheidsvinding’. De fiscale waarheidsvinding behelst het boven tafel krijgen van de voor de richtige heffing van belang zijnde feiten. Hiermee zijn alle bestanddelen uit de gehanteerde algemene fraudedefinitie vertegenwoordigd, met uitzondering van het element gewin, waarvan gezegd kan worden dat het niet als constitutief vereiste wordt gezien, maar vermoedelijk de belangrijkste reden voor en het gevolg van fiscale fraude zal zijn. Verderop in dit vierde hoofdstuk wordt de definitie nader ingekaderd, door de verschillende onderdelen van de definitie één voor één uit te werken.1
In het vervolg van dit hoofdstuk zal in concreto stilgestaan worden bij de gedragingen en delicten die onder de noemer van fiscale fraude vallen. Immers is een abstracte notie van het fenomeen van fiscale fraude juridisch gezien geen aanknopingspunt.