Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/4.2.3
4.2.3 Fiscale fraude als verzamelterm
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270187:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Feenstra en Valkenburg 2016, p. 5.
Westra 2006, p. 15.
De aandacht voor het overlijden van mr. J.J.M. Hertoghs op 8 april 2016, onderstreepte zijn status als fiscaal advocaat. Door De Bont wordt hij in het Liber Amicorum als ‘fenomeen’ omschreven. De reden voor deze lovenswaardige betiteling wordt toegelicht: de heer Hertoghs is de nestor van de fiscale advocatuur en heeft het vakgebied op het snijvlak van het belastingrecht en het strafrecht uitgevonden en vormgegeven. Het kantoor Hertoghs Advocaten Belastingkundigen werd opgericht in 1990. In hoofdstuk twee wordt de opkomst van de bestuurlijke boete en de herziening van het fiscale boetestelsel omschreven. De vorming van het hedendaagse boetestelsel vond plaats tussen 1989 en 1998. De status als nestor van de fiscale advocatuur is gezien deze chronologie niet onbegrijpelijk.
Aan de congresbundel ter gelegenheid van het 8e LOF congres.
Hertoghs 1993, p. 11.
De Bont 2016, p. 75.
Er staat: “Als iemand zwartwerkt, met toeslagen sjoemelt of valse rekeningen verstuurt, is dat fraude.” Daarna worden voorbeelden gegeven (http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/fiod/content/fraude_herkennen).
Nuyens en Feenstra 2015 p. 17.
Westra 2006, p. 121.
Over de bewustheid wordt uitgeweid in § 4.4, zo ook over het niet tussen haakjes plaatsen van het bestanddeel ‘bewust’ in de uiteindelijke definitie.
Hertoghs 1993, p. 11.
Het enige onderdeel uit de ‘algemene’ fraudedefinitie uit paragraaf 4.2.1. dat niet wordt overgenomen is het behalen van gewin. Daarvan hoeft dus niet onomstotelijk sprake te zijn, al is een ander doel dan het behalen van een bepaald voordeel moeilijk voorstelbaar, en is gewin in een groot aantal gevallen een automatisch gevolg.
Nu duidelijk is waardoor fraude zich in algemene zin laat typeren, zal in deze paragraaf worden stilgestaan bij de voor dit onderzoek relevante specifieke variant van fraude: fiscale fraude.
Er is wat voor te zeggen, vooral wanneer we aannemen dat (belasting)fraude een verzamelterm is zonder bijzondere juridische waarde, om belastingfraude eenvoudigweg te definiëren als het overtreden van één van de fiscale materieelrechtelijke of formeelrechtelijke regels. Zo duiden Feenstra en Valkenburg het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte aan als belastingfraude.1 Dit is correct, zij het dat belastingfraude meer gedragingen omvat dan het onjuist invullen van de aangifte. Ook in de samenvatting van gerechtelijke uitspraken wordt regelmatig de term belastingfraude gebruikt. Verschillende gedragingen, die op grond van de AWR kunnen worden bestraft, kunnen hiermee dan worden bedoeld.
Langs deze lijn (fiscale fraude als verzamelterm) kan ook fiscale fraudebestrijding worden geduid. Zo definieert Westra fiscale fraudebestrijding als een reactie van overheidsorganisaties op het handelen van personen en organisaties die bewust hun fiscale verplichtingen niet nakomen.2
In de literatuur is enige houvast te vinden ten aanzien van een meer specifieke invulling van het begrip belastingfraude. De definitie die Hertoghs3 opstelde voor de term belastingfraude in zijn bijdrage4 ‘Belastingfraude: een ongrijpbaar begrip’, luidt als volgt: “iedere (bewuste) frustratie van de waarheidsvinding”. Ondanks afwezigheid van een wettelijke definitie, is er volgens hem alle reden een poging te doen tot begripsbepaling.5 Hij legt niet uit waarom hij hiertoe noodzaak ziet. De Bont vraagt zich in zijn bijdrage aan het Liber Amicorum voor Hertoghs vanwege het ontbreken van wettelijke duiding af of een goede notie van het begrip wel relevant is. Toch komt ook hij tot de conclusie dat een nadere omlijning van het begrip toegevoegde waarde kan hebben binnen het fiscale domein. Hij draagt zelf geen definitie aan.6 Mogelijk vinden beiden de relevantie van de definiëring in het feit dat de term in het maatschappelijk debat veelvuldig wordt gebruikt, waarbij soms misverstanden ontstaan over de exacte invulling en de juridische consequenties van een bepaalde kwalificatie.
In het hiernavolgende wordt de definitie van Hertoghs vergeleken met andere pogingen tot definiëring, om zo uiteindelijk tot een geschikte definitie ten behoeve van (de afbakening van) dit onderzoek te komen. Het verdient in dit verband vooraleerst opmerking dat Douma, Poelmann, Niessen-Cobben en Feteris in hun handboeken formeel belastingrecht geen van allen komen tot een definiëring van de term belastingfraude. Ook op de website van de FIOD worden enkel voorbeelden gegeven van gevallen waarin van fraude sprake zou zijn.7
Nuyens en Feenstra menen dat sprake is van belastingfraude indien men welbewust de fiscale waarheidsvinding frustreert, dan wel de informatieverplichtingen op zodanige misleidende wijze vervult, dat dientengevolge ten onrechte geen of te weinig belasting wordt geheven.8 Door de tweedeling die door de woorden ‘dan wel’ ontstaat, lijkt naar voren te komen dat het volgens Nuyens en Feenstra niet enkel om inlichtingenverplichtingen zou gaan. Hertoghs ondervangt dit alles door te kiezen voor het woord ‘iedere’ (frustratie van), zonder de handelingen te concretiseren. Westra beschrijft belastingfraude als het bewust doen of nalaten van bepaalde fiscaal relevante handelingen teneinde fiscale verplichtingen te verminderen dan wel te ontlopen, waarbij de handelingen veel algemener worden omschreven. Ongeacht de inhoud van de misleidende handelingen,9 wordt in deze definitie dus ook aangesloten bij de realisatie van juiste of richtige belastingheffing.
Door onder fiscale fraude, net als Hertoghs, te verstaan iedere bewuste10 frustratie van de fiscale waarheidsvinding, wordt grotendeels aangesloten bij het algemene fraudebegrip uit paragraaf 4.2.1: de benadeelde partij is de Nederlandse Belastingdienst, en het is de belastingplichtige die de fiscale waarheidsvinding bewust frustreert. Hertoghs beschrijft de fiscale waarheidsvinding door te refereren naar een juiste belastingheffing.11 Onder fiscale waarheidsvinding wordt aldus verstaan het boven tafel krijgen van voor de juiste of richtige heffing van belang zijnde feiten.12