Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/7.2.1
7.2.1 Nationale toetsingen
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268568:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
De term financiële instelling heeft in dit proefschrift een brede betekenis, zie hoofdstuk 1, par. 1.8.2 en par. 1.10.
Hoofdstuk 2, par. 2.2.1 en 2.2.2. Zie voor een toelichting op de begrippen beleidsbepaler, mede beleidsbepaler, dagelijks beleidsbepaler en interne toezichthouder: hoofdstuk 1, par. 1.10. In dit hoofdstuk wordt, omwille van de leesbaarheid, de term “beleidsbepaler” gebruikt voor het aanduiden van een van deze personen.
Vergelijk bijvoorbeeld de vergunningsvoorwaarden gesteld in art. 2:12, eerste lid, onder a en b, 2:26b, tweede lid, onder a en b en 2:69d, eerste lid, onder a en b Wft voor respectievelijk een bank, verzekeraar en beheerder van een icbe.
Zie onder meer art. 32aa, tweede lid en 33, tweede lid, Bpr Wft, art. 3, tweede lid, 89, derde lid, 95, tweede lid en 103, tweede lid BGfo Wft, art. 106, zesde lid, Pw en art 29, eerste lid Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling en art. 8 Wtt 2018 en de bijbehorende toelichtingen (Stb. 2006/ 520, p. 127, 156 en 167 en Kamerstukken II, 2017/18, 34 910, nr. 3, p. 40).
Een commissaris wordt bijvoorbeeld voorzitter van de Raad van Commissarissen, of treedt toe tot de Audit of Risk commissie waar specifieke deskundigheid voor is vereist.
Zie art. 3:9, tweede lid en 4:10, tweede lid Wft, vergelijkbare bepalingen in de Wtt, Pw, en Wvb en art. 1.5 van de Beleidsregel Geschiktheid.
Zie ook hoofdstuk 1, par. 1.8.1 en hoofdstuk 2, par. 2.3.3.
Art. 3:99, 3:100, eerste lid, onder a en b en 5:32d Wft, de Beleidslijn verklaring van geen bezwaar gekwalificeerde deelneming en de Gemeenschappelijke richtsnoeren inzake de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector. Houders van een gekwalificeerde deelneming in bepaalde financiële ondernemingen dienen te beschikken over een vvgb, welke uitsluitend door de toezichthouder kan worden verleend indien wordt voldaan aan, onder meer, eisen ten aanzien van de reputatie van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar, de betrouwbaarheid van beleidsbepalers en medebeleidsbepalers en de geschiktheid van de dagelijks beleidsbepalers. Zie voor een toelichting op de reputatietoets hoofdstuk 2, par. 2.2.3.
Zoals toegelicht in hoofdstuk 2 dient een Nederlandse financiële instelling1 doorlopend te beschikken over dagelijks beleidsbepalers en interne toezichthouders die voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid en geschiktheid.2 Deze verplichting rust op de instelling. De toezichthouders zien toe op de naleving van deze verplichting. Zij beoordelen of aan de betrouwbaarheids- en geschiktheidseisen is voldaan voorafgaand aan het verlenen van de vergunning3 en vervolgens bij aantreden van elke nieuwe (kandidaat-)beleidsbepaler.4 Dit worden ook wel “aanvangstoetsingen” genoemd, of “toetsing aan de poort”. Hieronder vallen ook toetsingen bij een (substantiële) functiewijziging.5 De wettelijke eisen van geschiktheid en betrouwbaarheid zijn doorlopende eisen: ook nadat de vergunning is verkregen dient (“doorlopend”) aan deze eisen te worden voldaan. De toezichthouders zijn bevoegd om, wanneer een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden daartoe redelijke aanleiding geeft, een nieuwe beoordeling uit te voeren van de betrouwbaarheid en/of de geschiktheid van personen die al in functie zijn.6 In de praktijk wordt gesproken van “hertoetsingen”.7 Daarnaast voeren de toezichthouders toetsingen uit in het kader van de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar (vvgb).8