Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.1.2.1:6.1.2.1 Vestiging mogelijk?
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.1.2.1
6.1.2.1 Vestiging mogelijk?
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616158:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Niet beschreven wordt dus de situatie dat een grondeigenaar een beperkt recht verleent (bijvoorbeeld een erfdienstbaarheid) aan de neteigenaar zodat de neteigenaar zich als bevoegd aanlegger kan beschouwen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens het eerste lid van artikel 3:81 BW kan degene aan wie een zelfstandig en overdraagbaar recht toekomt, binnen de grenzen van dat recht de in de wet genoemde beperkte rechten vestigen. Aan het te bezwaren recht worden dus twee eisen gesteld i) het moet gaan om een zelfstandig en overdraagbaar recht (afhankelijke rechten conform artikel 3:7 BW kunnen dus niet bezwaard worden met een beperkt recht) en ii) de grenzen van het (moeder)recht zijn bepalend. Het eigendomsrecht met betrekking tot een net is te kwalificeren als een zelfstandig en overdraagbaar recht. Vestiging van een beperkt recht op een dergelijk eigendomsrecht is dan ook mogelijk. Vraag hierbij is wel wat de grenzen zijn van dat eigendomsrecht en derhalve van het te vestigen beperkte recht. In artikel 5:20, tweede lid BW is de (kale) eigendom van een net geregeld, maar hoe deze eigendom feitelijk kan worden gebruikt (met betrekking tot bijvoorbeeld de toegang tot het net of de wijze van onderhoud) volgt niet uit de wet. Dit zal dus moeten blijken uit veelal andere gevestigde beperkte rechten op de grond(en) waarin het net gelegen is, uit overeengekomen (kwalitatieve) rechten of uit de van toepassing zijnde gedoogplichten. De vestigingsformaliteiten voor een beperkt recht zijn in overeenstemming met de regels die voor overdracht gelden (artikel 3:98 BW) en dus zal bij vestiging van een zakelijk recht steeds een notariële akte, gevolgd door inschrijving ervan in de openbare registers nodig zijn.
Hieronder volgt een beschrijving van de diverse beperkte rechten waarbij het overigens niet de bedoeling is om de volledige regelingen betreffende de verschillende beperkte rechten uit te schrijven. Er wordt enkel onderzocht in hoeverre het mogelijk is een beperkt recht op een net te vestigen en wat daarbij eventuele afwijkingen of knelpunten zijn. Voor de duidelijkheid merk ik op dat hierna wordt uitgegaan van de situatie dat de neteigendom het `moederrecht' is die de grenzen van het te vestigen zakelijk recht bepaalt.1