Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.C.8.4:IV.C.8.4 Kantonrechter en onvoorziene omstandigheden
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.C.8.4
IV.C.8.4 Kantonrechter en onvoorziene omstandigheden
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS407177:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De deus ex machina van de nieuwe regeling van belonen van executeurs is mijns inziens dat de kantonrechter de mogelijkheid heeft, om als een soort 'boedelrechter' in materiele zin, snel en adequaat in te grijpen in de problematiek van de executeursbeloning en er derhalve knopen doorgehakt kunnen worden. De wet bepaalt dat de kantonrechter de mogelijkheid tot wijziging zowel bij de beloning op grond van de wet als bij die op grond van de uiterste wil kan toepassen. Hij kan de beloning, althans bij testamentair bewind, voor onbepaalde tijd wijzigen, maar ook voor bepaalde tijd. Bij executele speelt dit niet, aangezien er in beginsel maar een tijdvak voor de beloning is. De wijziging kan ambtshalve geschieden, op verzoek van de bewindvoerder (lees: (via de schakelbepalingen) de executeur), op verzoek van de rechthebbende of ie-mandin wiens belang het bewindis ingesteld. Het begrip onvoorziene omstandigheden dient te worden begrepen in de zin van art. 6:258 BW.
De wetgever geeft weliswaar via de schakelbepaling van art. 4:144 lid 3 BW aan dat er sprake moet zijn van onvoorziene omstandigheden om tot een wijziging van het loon te kunnen komen, maar daar staat tegenover dat het een discretionaire bevoegdheid van de kantonrechter blijft.1
Van belang is van welke omstandigheden erflater bij het benoemen van de executeur en/of het instellen van testamentair bewindis uitgegaan en of hij -al dan niet stilzwijgend - met de mogelijkheid van het optreden van onvoorziene omstandigheden rekening heeft willen houden.2 Het is niet ondenkbaar dat het zeer abstracte criterium 'onvoorziene omstandigheden' door de kantonrechter de facto zal worden omgedoopt in het criterium 'bijzondere omstandigheden', dat wij reeds uit art. 1:447 BW, het beloningsartikel voor het meerderjarigenbewind, kennen. In de parlementaire geschiedenis3 wordt naar dit artikel verwezen met de mededeling dat de beloningsregel voor de testamentair bewindvoerder daaraan is ontleend, maar daarvan toch op enkele plaatsen afwijkt. De Hoge Raadheeft in ieder geval in HR 15 januari 1988, NJ 1988, 888 als een voorbeeld van een bijzondere omstandig-heidgegeven een ingewikkelde en tijdrovende bewindvoering(lees:executele). Bij deToelichting Meijers4 op 3.6.1.10, de regeling van het loon in de inmiddels beruchte (niet ingevoerde) titel 3.6, lees ik:
'Het bewind kan echter tijdelijk of blijvend veel werk geven zonder dat daaraan evenredige inkomsten aan te wijzen zijn. Voor dat geval dient de boedelrechter een andere regeling te kunnen treffen'.