Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.5.1
4.5.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291263:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
D.M.P.M. Stevens, Het verrichten van diensten onder bezwarende titel als belastbaar feit in de omzetbelasting (diss.), Maastricht, 2001, p. 76.
HvJ EG 1 april 1982, zaak 89/81, BNB 1982/311, m.nt. Tuk, r.o. 9 en 10 (Hong Kong Trade Development Council) en HvJ EG 3 maart 1994, zaak C-16/93, BNB 1994/271, m.nt. Finkensieper, r.o. 12 (Tolsma).
Nederland heeft dit wel overwogen. In artikel I, onderdeel b van het voorstel Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de aanpak van constructies met betrekking tot (on)roerende zaken alsmede in verband met een aanpassing op enkele onderdelen (Kamerstukken II 2004/05, 30 061, nr. 2, p. 2) was voorgesteld om een objectief vergoedingsbegrip in te voeren voor de levering en terbeschikkingstelling van investeringsbedrijfsmiddelen aan niet-belastingplichtigen met rechtspersoonlijkheid en belastingplichtigen die (nagenoeg) geen recht op btw-aftrek hebben. Dit wetsvoorstel is ingetrokken, omdat het leerstuk van misbruik van recht een meer gericht middel werd geacht ter bestrijding van btw-constructies met investeringsgoederen (Kamerstukken II 2018/19, 30 061, nr. 12).
Een vastgoedtransactie door een als zodanig handelende belastingplichtige is op grond van art. 2 lid 1, onderdelen a of c Btw-richtlijn slechts belastbaar indien zij onder bezwarende titel plaatsvindt. Het begrip ‘onder bezwarende titel’ heeft een civielrechtelijke oorsprong1 en brengt tot uitdrukking dat de vastgoedtransactie tegen vergoeding wordt verricht2. In de Europese btw geldt in beginsel een subjectief vergoedingsbegrip: de vergoeding is de werkelijk ontvangen tegenprestatie. In art. 80 Btw-richtlijn is op deze regel een uitzondering geformuleerd. Om belastingfraude en -ontwijking te voorkomen kunnen lidstaten in een bepaald aantal gevallen een objectief vergoedingsbegrip hanteren: de normale waarde. Nederland heeft voor vastgoedtransacties geen gebruikgemaakt van deze mogelijkheid.3 Op deze uitzondering op het subjectieve vergoedingsbegrip wordt daarom niet nader ingegaan.
De opbouw van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 4.5.2 wordt ingegaan op het subjectieve vergoedingsbegrip in de btw. In paragraaf 4.5.3 komen drie (onder)grenzen van het subjectieve vergoedingsbegrip aan bod. In 4.5.4 wordt de balans opgemaakt en de vraag beantwoord of het subjectieve vergoedingsbegrip en haar (onder)grenzen wenselijk zijn.