Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.1:23.2.2.1 Art. 684 BW (oud)
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/23.2.2.1
23.2.2.1 Art. 684 BW (oud)
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483626:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 684 BW (oud) luidt:
‘Elke mede-eigenaar mag tegen den gemeenen muur aanbouwen, en in denzelven, tot op de helft der dikte, balken, ribben, ankers of andere ijzer- of houtwerken doen plaatsen, mits de muur zelf daardoor geene schade lijde.’1
Art. 684 omvat volgens het Hof Amsterdam2 een limitatieve opsomming van bevoegdheden. De Hoge Raad3 heeft evenwel anders beslist:
‘dit artikel noemt wel bepaaldelijk enige handelingen, die den mede-eigenaar ten aanzien van de gemeene-muur vrijstaan; doch daaruit volgt niet dat geen andere dan de daargenoemde handelingen worden beschouwd als uiting van de wil om zich als eigenaar van de muur te gedragen.’
Deze uitspraak ligt in de lijn van het betoog van Land.4 Vanzelfsprekend lijkt mij dat de handelingen zich niet tegen het gemeenschappelijk nut mogen verzetten. Ook de privégebruiksmogelijkheden van de nabuur mogen niet onevenredig worden beknot.
Zie hierover nog het Hof ’s-Gravenhage5 waarin ten aanzien van de plaatsing van een tv-antenne tegen de gemeenschappelijke schoorsteen werd beslist dat dit onjuist zou zijn omdat als gevolg daarvan, de mede-eigenaar niet meer een dergelijke antenne zou kunnen plaatsen.
In art. 16 van het Ontwerp-Van der Linden6 werd een aantal beperkingen aan het gebruik van de gemeene muur genoemd. Het was niet toegestaan om
‘ovens, fournuizen, secreten, zinkputten, rioolen, mesthoopen of andere gevaarlijke of schadelijke dingen’
te plaatsen tegen de gemeene muur zonder een tussenruimte te laten of de muur behoorlijk te verdikken.