De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/3.7.2:3.7.2 Het voorlopig oordeel en andere rechterlijke interventies
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/3.7.2
3.7.2 Het voorlopig oordeel en andere rechterlijke interventies
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS371468:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van een drietal zaken is dit onbekend doordat de aanwezige observatoren de vraag ten onrechte niet hebben ingevuld ter zitting.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het onderzoek is ook gekeken naar de voorlopige oordelen die rechters tijdens de zitting geven (tabel 31). De categorieën voorlopige oordelen die daarbij zijn gehanteerd zijn gebaseerd op de indeling van Verschoof (2004).
Het voorlopig oordeel heeft betrekking op...
A. Voordat partijen op de gang hebben onderhandeld
B. Nadat partijen minstens 1 keer op de gang onderhandeld hebben
C Totaal
Abs
%
Abs
%
Abs
%
1.de bewijslastverdeling
50
33.3
14
9.3
55
36.7
2.de uitkomst of kans van slagen van de bewijslevering
27
18.0
7
4.7
32
21.3
3.de juridische stellingen en weren
66
44.0
20
13.3
77
51.3
4.een range van bedragen die redelijk zou zijn voor een schikking
0
0.0
3
2.0
3
2.0
5.een concreet bedrag dat redelijk zou zijn voor een schikking
0
0.0
10
6.7
10
6.7
6.het gedeeltelijk toe- of afwijzen van de vordering(en)
16
10.7
12
8.0
25
16.7
7.het toe- of afwijzen van de vorderingen(en) in totaliteit
12
8.0
4
2.7
16
10.7
Totaal
89
46.0
40
26.7
104
69.3
Er wordt in de tabel een onderscheid gemaakt tussen voorlopige oordelen die gegeven zijn vóór de eerste schorsing (onder A) en voorlopige oordelen die zijn gegeven nadat partijen minimaal één keer op de gang hadden onderhandeld (onder B). Onder C is het totaal aantal zittingen weergegeven waarin een dergelijk voorlopig oordeel is gegeven. Deze totaalscore is niet altijd gelijk aan de optelsom van kolom A en kolom B omdat sommige zittingen zowel in de tweede als derde kolom zijn meegeteld.
Leeswijzer: De frequenties (Abs) in rij 1 ede bewijslastverdeling’) geven aan, dat in 50 zaken de rechter iets over de bewijslastverdeling tegen partijen heeft gezegd voordat zij op de gang hadden onderhandeld (onder A) en in 14 zaken de rechter dit heeft gedaan nadat partijen al mimimaal één keer op de gang hadden onderhandeld (onder B). In totaal is er in 55 zaken iets gezegd over de bewijslastverdeling (onder C). Hieruit blijkt dat 9 rechters (50+14-55) zowel voordat partijen op gang hadden onderhandeld als daarna iets over de bewijslastverdeling hebben gezegd.
Ook de totaalscores onderaan de tabel zijn niet gelijk aan de optelling van de frequenties (Abs) die erboven staan in dezelfde kolom, omdat sommige rechters meerdere soorten voorlopige oordelen in één zitting geven. Overigens is van een dergelijke ‘dubbeltelling’ al snel sprake in de rij ‘de uitkomst of kans van slagen van de bewijslevering’, omdat een rechter hierover moeilijk wat kan zeggen zonder eerst iets te zeggen over ‘de bewijslastverdeling’.
Wat opvalt in tabel 31, is dat de rechter partijen in het algemeen niet met lege handen de gang opstuurt. In bijna de helft van de zaken (46%) geeft de rechter partijen een voorlopig oordeel voordat de zitting voor de eerste keer wordt geschorst. Als partijen na de schorsing weer terug zijn in de rechtszaal, geeft de rechter in 26.7% van de onderzochte zittingen een voorlopig oordeel. In totaal wordt in 69.3% van de zittingen op enig moment een voorlopig oordeel gegeven. Deze voorlopige oordelen hebben vooral betrekking op de juridische stellingen en weren (51.3%) of de bewijslastverdeling (36.7%). Concrete bedragen of een range van bedragen worden maar weinig genoemd door rechters, respectievelijk in 6.7% en 2.0% van de onderzochte zaken. Overigens hebben deze rechters pas bedragen genoemd nadat zij aan partijen gevraagd hadden hoe ver de schikkingsvoorstellen van beide partijen uit elkaar lagen.1
Naast het geven van een voorlopig oordeel zijn er andere manieren denkbaar waarop een rechter kan aansturen op een schikking (tabel 32). Ook voor deze tabel geldt dat de totaalscores onderaan niet gelijk zijn aan de optelling van de cellen daarboven, omdat in sommige zittingen meerdere interventies zijn geobserveerd.
Uit de tabel komt duidelijk naar voren dat meer dan de helft van de rechters (55.3%) partijen waarschuwt voor de tijd, belasting en kosten die verder procederen met zich mee zal brengen. Dit doet de rechter vaak al voordat hij de zitting voor de eerste keer schorst, namelijk in 48.0% van de onderzochte zaken. Als partijen terugkomen van de gang informeert de rechter in 42.7% van de onderzochte zittingen of partijen iets willen vertellen over de uitkomst van hun schikkingsonderhandelingen. Wat verder opvalt, is dat een aantal rechterlijke interventies maar weinig voorkomt, te weten: partijen informeren hoe vergelijkbare zaken geschikt zijn (2.0%), één van de partijen adviseren het schikkingsvoorstel van de andere partij te accepteren (2.0%), partijen adviseren het verschil tussen beide schikkingsvoorstellen te delen (2.0%) en het zelf doen van een schikkingsvoorstel (6.7%). Dit kan erop duiden dat rechters vinden dat zij zich met dergelijke interventies te veel op het terrein van partijen begeven. Een andere mogelijke verklaring behalve voor de eerst genoemde interventie — is dat de rechter niet op de hoogte is van de schikkingsvoorstellen die door partijen zijn gedaan, omdat zij hem dit niet verteld hebben.
Wat heeft de rechter gedaan om partijen tot een schikking te bewegen? De rechter ...
Voordat partijen op de gang hebben onderhandeld
Nadat partijen minstens 1 keer op de gang onderhandeld hebben
Totaal
Abs
%
Abs
%
Abs
%
1.wijst op gevolgen van verder procederen voor tijd, belasting en/ of kosten
72
48.0
29
19.3
83
55.3
2.wijst op de gevolgen van verder procederen voor toekomstige verhouding
21
14.0
9
6.0
27
18.0
3.verheldert voor (een) partij(en) de sterke en/of zwakke punten van (zijn) hun zaak
44
29.3
15
10.0
55
36.7
4.informeert partijen/advocaten hoe vergelijkbare zaken zijn geschikt
2
1.3
2
1.3
3
2.0
5.stelt een vraag aan partijen die erop neerkomt of partijen bereid zijn iets te vertellen over de uitkomst van de schikkingsonderhandelingen
4
2.7
63
42.0
64
42.7
6.vraagt aan partijen naar de redenen waarom het schikkingsvoorstel niet is geaccepteerd
1
0.7
19
12.7
19
12.7
7.vraagt aan partijen of ze nog willen dooronderhandelen
20
13.3
19
12.7
37
24.7
8.doet zelf een schikkingsvoorstel
4
2.7
6
4.0
10
6.7
9.geeft advies aan 1 van de partijen om het bod van de ander te accepteren
0
0.0
3
2.0
3
2.0
10. zegt (één) partij(en) dat het doen van concessies verstandig zou zijn
16
10.7
20
13.3
31
20.7
11. adviseert partijen het verschil te delen (tussen beide schikkingsvoorstellen)
1
0.7
2
1.3
3
2.0
Totaal
106
70.7
73
48.7
119
79.3