Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.3:16.3 Overgang nevenrechten
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/16.3
16.3 Overgang nevenrechten
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300475:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
745. Elk van de verschillende categorieën rechten die onder de verzamelterm ‘nevenrechten’ wordt begrepen, heeft een eigen manier om te verklaren dat zij toekomen aan de verkrijger van de vordering waar zij bij horen. Voor afspraken die de inhoud van het vorderingsrecht betreffen, geldt dat zij onderdeel uitmaken van het vorderingsrecht dat overgaat. De afhankelijke zekerheidsrechten gaan over op basis van art. 3:82 BW. Door de overheid toebedeelde rechten komen aan de verkrijger toe in zijn hoedanigheid van rechthebbende van de vordering. Art. 6:142 BW is daarom niet nodig om te verklaren dat de verkrijger van een vordering deze rechten erbij verkrijgt. Wel kan het worden gezien als een alternatieve grondslag voor de overgang van afhankelijke zekerheidsrechten.1 Zou art. 3:82 BW niet bestaan hebben, dan was er immers een andere verklaring nodig voor het automatisch overgaan van deze rechten (zie randnummer 567).
746. Ook voor het geval de vordering waar een nevenrecht aan verbonden is slechts gedeeltelijk overgaat, biedt de wet geen afwijkende regeling ten opzichte van de zojuist genoemde figuren. Meijers merkt in zijn toelichting op art. 6:142 BW op:
“Indien de vordering slechts voor een gedeelte overgaat op een nieuwe schuldeiser, gaan de in het eerst lid genoemde rechten en voorrechten ook slechts voor hetzelfde breukdeel over, tenzij anders is overeengekomen. Het is niet nodig geoordeeld dit uitdrukkelijk te bepalen.”2
747. Het is goed om hier twee dingen te verduidelijken. Ten eerste kan de hier door Meijers gegeven regel alleen worden toegepast op afhankelijke zekerheidsrechten. Andere rechten die in de literatuur nevenrechten worden genoemd, lenen zich niet om in breukdelen aan de verkrijger van het afgesplitste deel van de vordering toe te komen. Zo splitst een rentedragende vordering van 100 euro tegen 4% rente zich in twee rentedragende vorderingen van 50 euro tegen 4% rente (en niet tegen 2%). Hetzelfde geldt voor de voorrechten die Meijers in zijn toelichting noemt. Het is niet goed in te zien hoe deze zich zouden kunnen splitsen. Een voorrecht geeft de bevoegdheid om hoger te worden gerangschikt dan andere schuldeisers bij de verdeling van de executieopbrengst van het aan het voorrecht onderworpen goed. Wordt de vordering waar het voorrecht op zag in tweeën gesplitst, dan komt deze bevoegdheid simpelweg toe aan de rechthebbenden van beide afgesplitste delen.
748. Ten tweede is niet helemaal duidelijk wat Meijers bedoelt met de zinsnede “tenzij anders is overeengekomen”. Uit deze opmerking wordt wel afgeleid dat het mogelijk zou zijn om tot een andere verdeling van nevenrechten te komen bij gedeeltelijke overgang van de vordering waar zij aan verbonden zijn.3 Mijns inziens is dat niet het geval (zie meer uitgebreid paragraaf 16.6. Hier dient namelijk hetzelfde te gelden als voor de afhankelijke rechten (zie paragraaf 14.6.2).