RvdW 2025/1092:Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 3 mobiele telefoons onder klager t.z.v. verdenking van drugshandel en witwassen, waarna OM de teruggave van telefoons aan klager heeft gelast. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134 lid 2 onder a Sv. 2. Afhandeling van beslag nadat last tot teruggave is gegeven. Mogelijke gevolgen aIs bericht dat telefoons konden worden afgehaald naar achterhaald adres is gestuurd en telefoons vervolgens zijn vernietigd omdat deze niet tijdig waren opgehaald. Ad 1. Uit door griffie HR ingewonnen inlichtingen blijkt dat OM inmiddels teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan klager heeft gelast. Hieruit volgt dat beslag inmiddels o.g.v. art. 134 lid 2 onder a Sv is beëindigd. Daarom zal HR het cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. Ad 2. HR (overweging ten overvloede): Ook als beslag is beëindigd door bevel tot teruggave van betreffend voorwerp, moet bewaarder zorgvuldig met dat voorwerp omgaan en het nodige doen om dit bevel uit te voeren, bijvoorbeeld door zich in te spannen betrokkene op actueel adres te bereiken. Dat volgt ook uit nota van toelichting bij totstandkoming van art. 12 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, inhoudende dat uitgangspunt is dat van overheid voldoende inspanning mag worden verwacht om bekende rechthebbende (oorspronkelijk beslagene of iemand wiens recht op voorwerp evident aannemelijker werd geacht) op de hoogte te brengen dat voorwerp aan hem ter beschikking staat. Wordt niet aan deze zorgvuldigheideis voldaan dan kan betrokkene zich desgewenst wenden tot OM en zo nodig tot nationale ombudsman of civiele rechter. Klager n-o.