Einde inhoudsopgave
De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief (FM nr. 123) 2007/7.3.1.0
7.3.1.0 Introductie
Mr. dr. F.G.F. Peters, datum 01-03-2007
- Datum
01-03-2007
- Auteur
Mr. dr. F.G.F. Peters
- JCDI
JCDI:ADS368716:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
De passantenregeling kan in samenhang met de vestigingsplaatsfictie leiden tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van vóór immigratie niet-buitenlands belastingplichtige houders van een aanmerkelijk belang in een naar Nederlands recht opgerichte, maar feitelijk buiten Nederland gevestigde vennootschap; zie Peters 2002, blz. 454-458.
In paragraaf 2.2.1.2 en 2.2.2.5 is onderzocht in hoeverre de vestigingsplaatsfictie van artikel 4.35 Wet IB 2001 voldoet aan haar doelstelling. Geconcludeerd is dat dit met name als gevolg van de regeling in het Uitv.besl. IB 2001 veelal het geval zal zijn voor gevallen van immigratie en remigratie. Toegepast op de passantenregeling van artikel 4.18 Wet IB 2001 leidt de vestigingsplaatsfictie evenwel tot willekeurige resultaten.1 In deze paragraaf zal de verenigbaarheid van de vestigingsplaatsfictie met het EG-recht worden onderzocht. Het onderzoek wordt beperkt tot de regeling bij immigratie (paragraaf 7.3.1.1) en de passantenregeling (paragraaf 7.3.1.2).