Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.3.2
5.3.2 Impressie van de bijzondere fiscale bestuurlijke boetes
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940629:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een uitzondering is de afzonderlijk omschreven verzuimboete van art. 37d Wet MRB.
HR 25 oktober 2013, V-N 2013/53.8 en HR 25 oktober 2013, V-N 2013/53.9, r.o. 3.5.2.
Zie par. 28f BBBB. Het gaat hier onder meer om de boetes ter zake van het schenden van de verplichting om grensoverschrijdende constructies te melden, de verplichting van dienstverleningslichamen om te melden dat zij niet aan de substance-voorwaarden voldoen en (met ingang van 2023) de informatieverplichtingen van digitale platformexploitanten.
Zie par. 31a tot en met par. 32 BBBB.
Vrijwel elke materiële heffingswet (zoals de Wet IB 2001, de Wet LB, de Wet bronbelasting 2021 of de Wet OB) kent wel een of meer bijzondere boetebepalingen die zien op de schending van een in die specifieke heffingswet geregelde verplichting. Zo is in art. 28b Wet LB een verzuimboete opgenomen die kan worden opgelegd ter zake van fouten bij het voldoen aan de verplichting om een correctiebericht in te dienen, en in art. 6.4 Wet bronbelasting 2021 is een vergrijpboete opgenomen ter zake van het niet nakomen van de spontane verbeterplicht (art. 6.3 Wet bronbelasting 2021).
Ook de Wet MRB kent een reeks afzonderlijk beboetbaar gestelde gedragingen, zoals het gebruik van de weg tijdens de schorsing van het kenteken of in strijd met de voorwaarden verbonden aan het gebruik van het handelaarskenteken. In art. 37 en art. 70 Wet MRB is ter zake van veel van die gedragingen art. 67c AWR van overeenkomstige toepassing verklaard.1 Dat betekent dat de omschrijving van het beboetbare feit uit de materiële heffingswet (de Wet MRB) moet worden afgeleid, waarna de regels van de algemeen geldende betaalverzuimboete bij aangiftebelastingen gelden. De betreffende gedragingen moeten voor de toepassing van art. 67c AWR worden gelijkgesteld met een betaalverzuim.2 Afgezien van deze afzonderlijk beboetbaar gestelde gedragingen, gelden de algemeen geldende boetebepalingen uit de AWR ook voor de Wet MRB. Dat betekent dat een ‘normaal’ betaalverzuim (bijvoorbeeld in het periodieke betalingspatroon) rechtstreeks beboet kan worden op grond van art. 67c AWR.3
Er bestaan nog meer varianten. Zo is in art. 13 Wet BZM een lex specialis opgenomen ter zake van de betaalverzuimboete. In de bepaling staat met zoveel woorden dat deze geldt ‘in afwijking van’ de algemeen geldende boetebepalingen (zoals art. 67c AWR), zodat de betaalverzuimboete in de sfeer van de Wet BZM alleen gegrond kan worden op art. 13 Wet BZM.
De lijst met bijzondere fiscale bestuurlijke boetes is haast eindeloos. Voor een deel van die boetes bevat het BBBB – voor wat betreft de strafmaat – beleidsmatige uitgangspunten.4 Om een indruk te geven, som ik hieronder kort op om welke boetes het gaat:
de vergrijpboete ter zake van het niet (tijdig), onjuist of onvolledig nakomen van de informatieverplichtingen op grond van de WIB (art. 11 WIB);5
de vergrijpboete ter zake van het niet (tijdig), onjuist of onvolledig nakomen van de informatieverplichting voor oud-ANBI’s van art. 10e UBSW (art. 75 SW);6
de vergrijpboete ter zake van het niet (tijdig), onjuist of onvolledig nakomen van de documentatieverplichtingen inzake verrekenprijzen van art. 29c of art. 29d Wet Vpb (art. 29h Wet Vpb);7
de verzuimboete ter zake van het vervoer van een persoon in de laadruimte van een bestelauto, in verband met de vrijstelling voor ondernemers en bij gehandicaptenvervoer (art. 13a lid 6 en art. 15a lid 11 Wet BPM);8
de verzuimboete ter zake van het maken van fouten bij het verplicht indienen van correctieberichten (art. 28b Wet LB);9
de verzuimboete ter zake van fouten gemaakt bij de eerstedagsmelding (art. 28c Wet LB);10
de verzuimboete ter zake van fouten gemaakt bij het voldoen aan de listingverplichting van art. 37a Wet OB (art. 40 Wet OB);11
de verzuimboetes ter zake van de bijzondere naheffingen op grond van de Wet MRB (art. 37 en art. 70 Wet MRB);12
de verzuimboete ter zake van het handelen in strijd met de voorwaarden voor het hebben van een vergunning voor een bedrijfsvoertuigenpark als bedoeld in hoofdstuk VI van de Wet MRB (art. 37d Wet MRB);13
de betaalverzuimboete van art. 13 Wet BZM;14
de verzuimboete ter zake van het overtreden van het verbod van art. 95a Wet op de accijns, om na een accijnsverhoging nog tabaksproducten te verkopen of af te leveren indien de verpakking voorzien is van een oud accijnszegel (art. 102a Wet op de accijns).15
Voor wat betreft de strafmaxima geldt, dat de bijzondere verzuimboetes – net als de algemeen geldende verzuimboetes – wettelijk zijn gemaximeerd op een absoluut bedrag. De hoogte van dat bedrag varieert. Ook de bijzondere vergrijpboetes kennen – anders dan de algemeen geldende vergrijpboetes – een absoluut strafmaximum, waarbij is aangesloten bij de boetecategorieën uit het strafrecht.16
Zoals gezegd, bestaan er nog meer bijzondere fiscale bestuurlijke boetes. Het zou het bestek van dit onderzoek te buiten gaan om een volledig overzicht te geven, reden waarom ik met deze impressie volsta.