Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.1:5.1 Inleiding
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS624005:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover hfd. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
130.
Na in de voorgaande hoofdstukken de positiefrechtelijke bepalingen te hebben beschreven en de dogmatische en systematische onderbouwing van zaaksvervanging te hebben onderzocht, is het noodzakelijk de daarbij gevonden resultaten te vertalen naar toepasbare voorwaarden voor zaaksvervanging, zodat deze 'vreemde' eend in de goederenrechtelijke bijt haar mythische veren enigszins van zich af kan schudden. Het uitgangspunt daarbij is dat zaaksvervanging een correctie geeft op de hoofdregels van het (goederen)recht. Daar waar dit wenselijk en mogelijk is, leidt zaaksvervanging tot het aanpassen van het resultaat waartoe de overige regels van het goederenrecht in beginsel leiden. Zo gaat de zekerheid die voortvloeit uit een pandrecht op een uitgebrande auto niet teniet, zoals uit de hoofdregel van art. 3:81 BW voortvloeit, maar verkrijgt de pandhouder een vervangende zekerheid op grond van art. 3:229 BW. Nu het gaat om een correctie, is het des te meer van belang dat duidelijkheid bestaat over de vereisten voor en het toepassingsbereik van deze rechtsfiguur. Deze vereisten bieden ook inzicht in het bereik van bestaande, specifieke bepalingen, eventuele analoge redeneringen en de ruimte om nieuwe bepalingen van zaaksvervanging op te nemen.
In de eerste paragrafen van dit hoofdstuk wordt daarbij in beginsel uitsluitend naar de zogenoemde eigenlijke vormen van zaaksvervanging gekeken. Daarbij wordt ook in dit hoofdstuk voorbijgegaan aan problemen die samenhangen met de aard van bepaalde typen goederen, zoals de tenaamstelling van registergoederen en vorderingen op naam.1 In paragraaf 5.4 wordt vervolgens gekeken in hoeverre hetgeen met betrekking tot eigenlijke zaaksvervanging is geconcludeerd, ook kan worden toegepast op de toepassingen die door Hammerstein als oneigenlijke zaaksvervanging zijn getypeerd.