Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.2:5.2 Toepassingsvoorwaarden
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.2
5.2 Toepassingsvoorwaarden
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS624006:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder de toepassingsvoorwaarden vallen alle vereisten voor het intreden van zaaksvervanging. Zie ook Sagaert 2003, p. 179. Bijkomende voorwaarden voor de uitoefening van zaaksvervanging acht ik, anders dan Sagaert, niet aanwezig, met uitzondering van hetgeen volgt uit hoofdstuk 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
131.
Bij het bepalen van de toepassingsvoorwaarden van zaaksvervanging spelen zowel achter zaaksvervanging gelegen beschermingsgedachte als de wijze waarop de rechten worden behouden een rol, nu het bereik van de onderzochte rechtsfiguur enerzijds niet verder mag gaan dan de ratio rechtvaardigt en anderzijds niet verder kan gaan dan uit de methode volgt.1 Deze laatste beperking vloeit voort uit de wens en noodzaak zaaksvervanging binnen het systeem van het goederenrecht te houden. Het loslaten van deze premisse leidt tot onduidelijkheid en maakt zaaksvervanging uiteindelijk niet tot een efficiënt instrument.
Uit de ratio volgt dat het intreden van zaaksvervanging samenhangt met het binnen het goederenrecht oplossen van het dreigende probleem dat een verrijking van de één optreedt ten koste van een verarming van een ander. Deze beschrijving in hoofdlijnen vertaalt zich in twee voorwaarden voor toepassing van zaaksvervanging: er moet een noodzaak zijn om in te grijpen, gelegen in een dreigende verarming veroorzaakt door het (gedeeltelijk) tenietgaan van een recht op een goed, en er moet een vervangend goed voorhanden zijn. In hoofdstuk 3 is geconcludeerd dat, gezien de ingrijpende gevolgen voor zaaksvervanging en het belang van de rechtszekerheid in het goederenrecht, een wettelijke grondslag voor zaaksvervanging nodig is. Onbeantwoord is echter de vraag gebleven in hoeverre deze meer of minder specifiek moet zijn.
5.2.1 Dreigende verarming: beschermingsnoodzaak5.2.1.1 Verarming5.2.1.2 Aard van het oorspronkelijke recht5.2.1.3 Relevante aantasting van het oorspronkelijke recht5.2.2 Dreigende verrijking: een vervangend goed5.2.2.1 Causaal verband5.2.2.2 Waardeverschillen5.2.2.3 Mogelijke surrogaten5.2.3 Wettelijke grondslag5.2.3.1 Extensieve interpretaties5.2.3.2 Geen extensieve interpretatie