Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.3:5.3 Gevolgen
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/5.3
5.3 Gevolgen
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS624917:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Asser/Perrick 3-IV 2007, nr. 5: 'Zaaksvervanging betekent dat voor een goed ten aanzien waarvan zaaksvervanging plaatsvindt hetzelfde regime geldt als voor het oorspronkelijke goed'; Sagaert 2003, p. 663: 'Het gaat dus om de overgang van de kenmerken van de rechtsverhouding en niet om de overgang van de kenmerken van het vermogensbestanddeel dat er het onderpand van uitmaakt.'
Anders Sagaert 2003, p. 666, die verdedigt dat dematerialisatie een gevolg is van zaaksvervanging.
Vgl. Sagaert 2003, p. 675.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
162.
Bij het bepalen van de gevolgen van zaaksvervanging laten wederom zowel de ratio als de methode zich gelden. Enerzijds worden de wenselijke gevolgen bepaald door het met zaaksvervanging nagestreefde doel, terwijl anderzijds de wijze waarop de vervanging vorm krijgt, aangeeft in hoeverre deze wensen in vervulling gaan.
De ratio van zaaksvervanging, bescherming van goederenrechtelijke aanspraken, laat weinig twijfel over de gewenste gevolgen. Het behoud van aanspraken staat centraal en de rechthebbende die bescherming aan de vervanging ontleent, moet dus een in zoveel mogelijk aspecten vergelijkbare aanspraak krijgen op het vervangende goed.1 Daarbij blijft de basis van het goederenrecht, waarin een recht in beginsel gekoppeld is aan een specifiek goed, gehandhaafd. De economische realiteit dat het object van een recht minder belangrijk is dan het goed, vertaalt zich niet in de juridische vormgeving van de vervanging. Van een juridische dematerialisering, waarbij het (vervangende) recht uitsluitend een bepaalde waarde betreft die blijft bestaan, is naar mijn mening geen sprake.2 Daarbij is het voor de gewenste bescherming van belang dat de vervangende rechten worden verkregen zonder dat hiervoor een nadere handeling of een hierop ziende wil van betrokkenen noodzakelijk is.
Bij beperkte rechten wil het handhaven van aanspraken onder andere zeggen dat de vestigingsdatum wordt meegenomen en dat beperkingen of uitbreidingen van bevoegdheden die bij de vestiging van de te handhaven aanspraken zijn overeengekomen, ook op het vervangende recht van toepassing zijn. Bij de bespreking van de methode is al aandacht besteed aan de manier waarop dit resultaat kan worden bereikt, namelijk door de originaire verkrijging (fictief) te koppelen aan de titel die ten grondslag lag aan de verkrijging van het oorspronkelijke recht. Het pandrecht op de verzekeringsvordering die samenhangt met het afgebrande huis en die is verkregen door de werking van art. 3:229 BW, moet dus worden geacht voor de bepaling van de totstandkomingsdatum en de omvang van de aanspraken (mede) te zijn gebaseerd op de titel voor de vestiging van het hypotheekrecht op het registergoed. De gevolgen hiervan zijn dan niet alleen dat voor de bepaling van de rang van het vervangende pandrecht de datum van de inschrijving in de openbare registers van het hypotheekrecht beslissend is, maar bijvoorbeeld ook dat in de akte van vestiging opgenomen beperkingen ten aanzien van uitwinning op het pandrecht van toepassing zijn, voor zover deze beperkingen zich met de aard van het object van het vervangende recht laten verenigen.
Het vervangende recht past zich daarbij, voor zover nodig en mogelijk, aan het vervangende goed aan wanneer dat noodzakelijk is. Zo wordt het hypotheekrecht bij toepassing van art. 3:229 BW vervangen door een pandrecht, omdat dit het zekerheidsrecht is dat rust op vorderingen.3 Deze aanpassing is onderdeel van de toekenning van het vervangende recht en staat los van vestigingsformaliteiten die zijn vervuld bij de vestiging van het oorspronkelijke recht. Evenzo worden de regels met betrekking tot vruchtgebruik van geld van toepassing als een belaste zaak door toepassing van art. 3:213 BW wordt vervangen door financiële middelen. Doordat sprake is van een nieuw vervangend recht, hebben dergelijke veranderingen geen inbreuk op het systeem tot gevolg.
In het navolgende worden de belangrijkste gevolgen van zaaksvervanging uitgewerkt. Evenals in de voorgaande paragraaf wordt hier uitsluitend naar 'eigenlijke' zaaksvervanging gekeken. De als oneigenlijk bekendstaande variant komt in paragraaf 5.4 aan de orde.
5.3.1 Van rechtswege vervangende aanspraken5.3.2 Eigendomsverkrijging5.3.3 Rangorde5.3.4 Inningsbevoegdheid ten aanzien van vervangende vorderingen5.3.5 Verbintenisrechtelijke gevolgen: verweermiddelen, verrekening en bevrijdende betaling5.3.6 Graad van vervanging