Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.6.5.2
8.6.5.2 Toegankelijke rechtsbescherming
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480686:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bröring & Roelfsema 2015, p. 1746; Bröring, ‘Overzicht van instanties’ 2019, p. 140-141.
Aanvulling op onderzoek afhandeling schadegevallen 2019; Vereniging Eigen Huis 3 juli 2019; Ook de voorzitter van de Tcbb merkte op dat partijen ongelijk waren: Van Hofslot, Dagblad van het Noorden 15 juni 2016.
ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3578; ABRvS 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3156; ABRvS 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2217.
‘[S]inds 2012 [zijn] 19 schadezaken aan de rechter … voorgelegd waarin NAM is gedaagd. Twee hiervan zijn groepsclaims. In vier van deze gevallen is naast NAM ook de Staat gedaagd. In één zaak is alleen de Staat gedaagd.’ Kamerstukken I 2016/17, 34041, nr. E, p. 2.
Zie bijvoorbeeld: Rb. Noord-Nederland 2 september 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:4185; Rb. Noord-Nederland 5 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:4402; Rb. Noord-Nederland 15 november 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4350; Hof Arnhem-Leeuwarden 23 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:618; HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278; Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10717.
Bröring & Roelfsema 2015; Bröring, ‘Overzicht van instanties’ 2019.
Handelingen II 2015/16, 102, item 8, p. 12.
Handelingen II 2015/16, 102, item 8, p. 12.
Zie: Gisolf, NJB 2017/1176, p. 1527-1533; Kuipers & Tjepkema, NJB 2017/1576, p. 2058-2067; Van de Bunt, AV&S 2017/27, p. 139-146; Bröring, NTE 2018, p. 117-132; Marseille & De Graaf, O&A 2018/2, p. 3-12; Van Dunné, NJB 2018/821, p. 1191-1199; Marseille, Bröring & De Graaf 2018, p. 71-72; De Bock, NJB 2019/3, p. 19-26; Hermans, NJB 2019/688, p. 867-868; Van de Bunt, NJB 2019/689, p. 869-870; Marseille, Bröring & De Graaf, NJB 2019/690, p. 870-871; De Bock, NJB 2019/691, p. 872-874; Oldenhuis & Koerts 2019, p. 65-69; Bröring, ‘Publiekrechtelijke benaderingen’ 2019; Wissink 2019, p. 184-188; Planken & Tjepkema, NJB 2020/2, p. 6-14.
Besluit mijnbouwschade Groningen, Stcrt. 2018, 6398, p. 8.
Besluit mijnbouwschade Groningen, Stcrt. 2018, 6398, p. 8.
Tijdelijke wet Groningen, Stb. 2020, 85; zie ook Kamerstukken II 2018/19, 35250, nr. 4, p. 7-8.
Heldere spelregels voor Koopinstrument? 2017; omdat de procedure verloopt via een stichting die wordt gefinancierd door NAM geldt de Awb niet: NCG 5 februari 2019; ABRvS 17 september 2014, ELCI:NL:RVS:2014:3379.
Marseille, Bröring & De Graaf 2018, p. 104.
Jaarverslag TCMG 2020, p. 20.
Jaarverslag IMG 2021, p. 34-36.
Jaarverslag IMG 2021, p. 34.
Marseille, Bröring & De Graaf 2018, p. 120.
‘Rechtbank krijgt speciale aardbevingskamer’, RTV Noord 21 mei 2015.
Jaarverslag IMG 2021, p. 34; zie bijvoorbeeld Rb. Noord-Nederland 18 mei 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1935.
Een tussenuitspraak: ABRvS 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021: 374.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 13.
Subsidieregeling GRRG 2018, Provinciaal Blad 2018, 2016; Wijziging subsidieregeling GRRG 2018, Provinciaal Blad 2018, 5512; Subsidieregeling GRRG 2019, Provinciaal Blad 2019, 2019; Subsidieregeling GRRG 2019, Provinciaal Blad 2019, 2394; Subsidieregeling RORG 2018, Provinciaal Blad 2018, 2017; Subsidieregeling RORG 2019, Provinciaal Blad 2019, 2043; Subsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019, Provinciaal blad 2019, 5162.
Jaarverslag NCG 2021, p. 39.
Provincie Groningen 2016; Uitvoeringsprogramma Leefbaarheid Provincie Groningen 2016-2020: subsidieregelingen en -plafonds, Provinciaal blad 2016, 2020.
Subsidieregeling ‘Snel Internet’ Groningen, Provinciaal Blad 2016, nr. 5560.
Provinciaal Blad 2020, 2249.
EBG 2020; Bezwaarprocedure EBG regelingen.
Aanhangsel bij de Handelingen II 2015/16, 1040.
Klachten Jaarrapportage 2020, p. 20.
Toegang tot de rechter voelde voor Groningers als beperkt: velen waren terughoudend via de rechter schade vergoed te krijgen;1 het voelde als David tegen Goliath.2 Tegelijkertijd waren veel belangrijke ontwikkelingen in het dossier juist gevolg van rechtspraak: naast bestuursrechtelijke uitspraken over het niveau van de gaswinning3 (zie par. 8.4.2) werd in een aantal civiele rechtszaken tegen NAM4 bijvoorbeeld vastgesteld dat gedupeerden recht hadden op vergoeding van waardedaling en immateriële schade.5 Stichting WAG noemde rechterlijke toetsing ‘veilig en begaanbaar met bewezen succes, zij het dat het een lange weg is.’6 Aanvankelijk leek de overheid in te zetten op ‘governance’7 en alternatieve geschilbeslechting. Minister van EZ Kamp merkte op dat het zijn ‘eer te na’8 was als mensen naar de rechter zouden moeten en wees naar de instelling van de Arbiters – overigens oud-rechters – die het ‘gedoe’9 van een rechtszaak moesten helpen voorkomen.
Toen de overheid de schadeafhandeling van NAM overnam vond een overgang plaats van privaatrecht naar publiekrecht. Onder juristen woedde een stevige discussie over de merites van deze systemen.10 Volgens de Memorie van Toelichting koos de overheid omwille van de ‘aard en omvang van de problematiek als gevolg van bodembeweging door de gaswinning Groningen, de maatschappelijke ontwrichting die dit tot gevolg heeft en het bij bewoners, bedrijven en maatschappelijke partijen levende wantrouwen in schadeafhandeling door de exploitant’11 voor de ‘bestuursrechtelijke spelregels’ en ‘bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure’,12 ‘gericht op redelijke en billijke uitkomsten’13 en met een verminderde ‘ongelijke positie voor bewoners’.14 Tegelijkertijd bleef de mogelijkheid voor burgers openstaan om NAM (en eventueel EBN) aansprakelijk te stellen bij de civiele rechter, maar in dat geval kan geen aanvraag bij het IMG worden ingediend.15 Niet ieder schade-instrument onder publieke regie kende rechtsbescherming: bij het Koopinstrument werd tot ongenoegen van de Nationale ombudsman geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming genoten.16
Zowel TCMG als opvolger IMG breidden de bestuursrechtelijke mogelijkheid tot bezwaar en beroep uit: bezwaarmakers werden voorzien van een deskundige die hen kon bijstaan en beslissingen gingen niet alleen over het toekennen van een schadevergoeding maar ook het uiteindelijke bedrag.17 Het aantal ingediende bezwaren op grond van aanvragen om vergoeding van fysieke schade lag relatief laag: in 2019 ongeveer 2%18 en in 2020 ruim 5%.19 Omtrent de Waardedalingsregeling ontving het IMG op ongeveer 3,5% van de genomen besluiten bezwaar.20 (Gezien de enorme aantallen aanvragen en besluiten betrof dit alsnog duizenden bezwaarschriften.) De Raad voor de Rechtspraak verwachtte een ‘substantieel aantal’21 rechtszaken en de Rechtbank Noord-Nederland heeft een speciale aardbevingskamer ingericht.22 Tot nu toe zijn in enkele zaken uitgespraken gedaan door de bestuursrechter23 en ligt de eerste zaak voor bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.24
Voor de versterkingsoperatie bestond vanaf de publiekrechtelijke aanpak mogelijkheid tot bestuursrechtelijke toetsing. In de eerste opzet kregen eigenaren rechtsbescherming voor normbesluiten over de risico’s van een gebouw: zo kregen ‘eigenaren vroeg in het proces de gelegenheid om de discussie aan te gaan over de noodzaak en omvang van de versterking.’25 In de wettelijke verankering werd echter gekozen voor minder rechtsbescherming. De beroepsmogelijkheid voor versterkingsbesluiten zou worden verengd doordat belanghebbenden in eerste en enige aanleg terecht zouden kunnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; de normbesluiten ter vaststelling van risicoprofielen, die volgens de minister slechts ter voorbereiding van latere besluiten dienden, werden uitgezonderd van beroep.26 Binnen specifieke onderdelen van het versterkingssysteem, zoals de subsidieregelingen voor eigenaren van monumentale woonpanden, stond reguliere Awb-rechtsbescherming open.27 Omdat de versterking slecht op gang kwam, werden in 2020 door de NCG 507 besluiten genomen, waar in 25 gevallen (zo’n 5%) bezwaar werd gemaakt; de organisatie gaf aan haar werkwijze rond bezwaar en beroep vanaf 2021 verder uit te werken.28
De door NAM geïnitieerde leefbaarheidsmaatregelen kenden geen rechtsbescherming. Ook de meeste overige leefbaarheidsmaatregelen kenden geen rechtsbescherming omdat de meeste, zoals ondersteuning van lokale energieprojecten, landschaps- en natuurprojecten en het Loket Leefbaarheid, werden uitgevoerd en beoordeeld door maatschappelijke organisaties. Waar gebruik werd gemaakt van subsidieregelingen, zoals voor energiecollectieven,29 snel internet30 en het Impulsloket31 was sprake van een subsidie in de zin van de Awb, waar bestuursrechtelijke rechtsbescherming voor openstond. EBG kende als privaatrechtelijke stichting in principe geen rechtsbescherming, maar stelde een bezwaarprocedure in voor de InnovatieregelinG, AdviesregelinG, Pilotregeling 5Groningen en ArbeidsplaatsenregelinG, gelijkend aan de Awb-regeling.32
In het dossier was meermaals discussie over de kosten van rechterlijke toetsing. Toen sprake was van afhandeling door NAM en CVW was toegang tot de rechter relatief duur vanwege het privaatrechtelijke schadevergoedingssysteem. Een rechtsbijstandsverzekering afsluiten kon, als schade eenmaal was ontstaan, niet meer bij het merendeel van de verzekeraars; er was sprake van een zeker voorval en dat vergoedden verzekeraars niet.33 Vanuit betrokkenen kwamen oproepen tot financiële bijstand voor gedupeerden, bijvoorbeeld via proefprocessen, omdat niet iedere gedupeerde voldoende draagkrachtig was om toegang tot de bestuursrechter te krijgen.34 Via de aankomende wijziging van de Tijdelijke wet Groningen zullen gedupeerden in aanmerking komen voor juridische bijstand voor bezwaar en beroep voor zowel de afhandeling van fysieke schade, waardedaling en immateriële schade bij het IMG als voor versterkingsbesluiten.35