De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/3.4:3.4 Slotsom
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/3.4
3.4 Slotsom
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS385875:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de invoering van de Politieke Ordonnantie van Holland in 1580 kwam een einde aan de beginselvaste gelijkwaardigheid tussen generale en bijzondere zekerheidsrechten. Niet langer werd de rangorde tussen schuldeisers – geprivilegieerde hypotheken daargelaten – exclusief beheerst door de prior-temporeregel. Een schuldeiser ten behoeve van wie het gehele vermogen van zijn debiteur hypothecair was verbonden, werd, zelfs als hij eerder in tijd was, achtergesteld bij een speciale hypotheekhouder. De hieruit volgende gewoonterechtelijke regel ‘bijzonder gaat voor algemeen’ stelde de Romeinsrechtelijke prioriteitsregel buiten toepassing voor zover de speciale hypotheek was gevestigd op een onroerende zaak en de generale hypotheek krachtens overeenkomst was ontstaan. Conflicten daarentegen waarin schuldeisers met legale generale hypotheken of hypotheken op roerende goederen waren gemoeid, werden nog steeds aan de hand van de prioriteitsregel beslecht.
De toepassing van de prioriteitsregel is eveneens terug te vinden in Amsterdam, voor welke handelsstad een uitdrukkelijke uitzondering werd gemaakt op het elders in Holland geldende gewoonterecht. Het vorenstaande illustreert treffend dat gewoonterechtelijke regels geenszins algemene gelding hadden omdat deze van plaats tot plaats konden verschillen.
In de ontwikkeling van het Rooms-Hollandse zekerhedenrecht ligt een zekere voorkeur besloten voor speciale zekerheidsrechten. Deze voorkeur voor de speciale of, zo men wil, afkeer van de generale hypotheek, heeft uiteindelijk geleid – naar in het volgende hoofdstuk duidelijk zal worden – tot de invoering van het specialiteitsbeginsel.