Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.2.7.1
2.2.7.1 Inschrijvingsplicht
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384602:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Daarom worden ook niet voor een ieder openbare gegevens opgenomen, zoals burgerservicenummers, Kamerstukken II 2005/06, 30656, 3, p. 4.
Zie uitgebreid over het begrip ‘onderneming’: Meijers, Mohr & Veldhuyzen 2007.
Beleidsregel van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2008, nr. WJZ 8074645, inzake het ondernemingsbegrip in het handelsregister, Stcrt. 2008, 123, p. 15. Gewijzigd in 2011 door de Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 3 mei 2011, nr. WJZ 11060014, houdende wijziging van de Beleidsregel van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2008, nr. WJZ 8074645, inzake het ondernemingsbegrip in het handelsregister in verband met de inschrijving van stille maatschappen, Stcrt. 2011, 8401. Inwerking getreden op 17 mei 2011.
Zie over inschrijving van de stille maatschap in het handelsregister: Mathey-Bal 2013-II.
Het handelsregister beoogt door het voor derden kenbaar maken van belangrijke gegevens over ondernemingen de rechtszekerheid in het economisch verkeer en de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening te bevorderen (art. 2 Handelsregisterwet 2007 (Hrgw 2007)). Onder andere kan een wederpartij van een VOF door raadpleging van het handelsregister achterhalen wie bevoegd is/zijn de VOF te vertegenwoordigen en wie de aansprakelijke vennoten zijn. Daarnaast moet het handelsregister bijdragen aan het efficiënt functioneren van de overheid.1 De aan een VOF toebehorende onderneming die in Nederland is gevestigd moet worden ingeschreven op grond van art. 5 aanhef en sub a Hrgw 2007. De eisen voor de kwalificatie ‘onderneming’ zijn te vinden in het eerste lid van art. 2 Handelsregisterbesluit 2008 (Hrgb 2008):
Er is sprake van een voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid van één of meer personen;
waarin door voldoende inbreng van arbeid of middelen;
ten behoeve van derden diensten of goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht;
met het oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen.2
Van een onderneming is geen sprake als er naar het oordeel van de Kamer van Koophandel onvoldoende omvang van activiteiten of omzet is (art. 2 lid 2 Hrgb 2008). Of genoemde elementen in een concrete situatie voldoende aanwezig zijn, toetst de Kamer van Koophandel aan de hand van de omstandigheden van het geval en met behulp van de door de staatssecretaris van Economische Zaken uitgevaardigde ‘Beleidsregel ondernemingsbegrip in handelsregister’ (de Beleidsregel).3 Volgens de Beleidsregel wordt aan elke VOF, CV en openbare maatschap geacht een onderneming toe te behoren; voor deze vennootschappen bestaat dus in beginsel steeds een inschrijvingsplicht op grond van art. 5 Hrgw 2007.4 De inschrijvingsplicht voor de VOF volgt overigens ook expliciet uit art. 23 WvK: ‘De vennooten onder eene firma zijn verpligt de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister, overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen.’ Iedere vennoot, besturend of niet-besturend, is op grond van art. 18 lid 1 Hrgw 2007 tot inschrijving gehouden.