Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.4.1.1:5.4.1.1 Bevoegdheidseis bij verkrijging of toedeling
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.4.1.1
5.4.1.1 Bevoegdheidseis bij verkrijging of toedeling
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS614934:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Weliswaar zal — achteraf — deze situatie 'geheeld' moeten worden door bijvoorbeeld tegen schadeloosstelling een erfdienstbaarheid te vestigen tot handhaving van de bestaande toestand (artikel 5:54, eerste lid BW). Het verkrijgen van de eigendom van de aanbouw geschiedt echter onafhankelijk van de wil van mijn buurman.
Indien de oeverlijn is vastgelegd (art. 5:30 BW) is niet sprake van automatische wijziging van de eigendomsgrens (artikelen 5:31 e.v. BW).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het geval de nieuwe eigendomsregeling van netten — in lijn met de uitspraken van de wetgever hierover — als een wijze van eigendomsverkrijging is aan te merken dan zal het nog het meeste weg hebben van een vorm van originaire eigendomsverkrijging, of althans het spiegelbeeldige daarvan, aangezien na aanleg een eigendomsrecht ontstaat in de grond van een ander dat ziet op een zelfstandige onroerende zaak die niet toekomt aan de grondeigenaar. Het bijzondere van de eigendomsregeling is echter dat bij deze vorm van `originaire verkrijging' eerst toestemming moet worden verleend, eer het rechtsgevolg eigendom(sverkrijging) intreedt. Dit aspect is in beginsel voor originaire eigendomsverkrij ging afwijkend. Bij de diverse wijzen van originaire eigendomsverkrij ging is de bevoegdheidsvraag géén vereiste dat ten grondslag ligt (of: vooraf gaat) aan het verkrijgen van de eigendom. Wanneer ik de aanbouw aan mijn huis abusievelijk enkele centimeters over de erfgrens bouw, zal ik, ondanks dat mijn buurman geen toestemming heeft gegeven om op zijn grond te bouwen, op basis van horizontale natrekking de eigendom verkrijgen van de (volledige) aanbouw aan mijn woning.1 Zo ook bij aanwas of afslag,2 tenzij sprake is van opzettelijke drooglegging of tijdelijke overstroming. Van aanwas is sprake wanneer de oeverlijn de eigendomsgrens vormt tussen een perceel land en een perceel water; deze grens zal automatisch wijzigen wanneer de oeverlijn zich verplaatst. Het perceel land kan automatisch groter worden en daarmee dus de omvang van de (perceel)eigendom, zonder dat de landeigenaar hiervoor toestemming heeft gevraagd. Het 'ingrijpende' rechtsgevolg van 'verkrijging van eigendom' kan zonder bevoegdheidsvereiste even zo goed intreden. Wanneer de strikte interpretatie wordt gevolgd en er wordt aangesloten bij het idee dat de nieuwe regeling een vorm van eigendomstoedeling of -toewijzing is, dan blijft het bevoegdheidsvereiste ook een wat vreemd element. Immers de wet regelt thans dat object A (het net) in handen blijft van de aanlegger ervan en dat de verticale natrekking niet van toepassing is. Het bevoegdheidsvereiste suggereert dat wanneer niet aan dit vereiste is of wordt voldaan, de normale regel (verticale natrekking) van toepassing zal zijn. Dit is echter niet het geval omdat in de situatie dat de aanlegger niet bevoegd is tot aanleg van het net eerst bekeken zal moeten worden of sprake is van horizontale natrekking en of de eigendom van het net in handen blijft van de (onbevoegde) aanlegger. Kortom, ook als de eigendomsregeling als een vorm van eigendomstoedeling of —toewijzing moet worden beoordeeld, is het bevoegdheidsvereiste een vreemd aspect in de eigendomsregeling.