Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/28.10:28.10 Einde van een buurweg
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/28.10
28.10 Einde van een buurweg
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481220:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 22 maart 1901, W 7586.
Smalbraak 1980, p. 44; Davids 1988, p. 99.
HR 22 maart 1901, W 7586.
Rb. Zwolle 28 september 1966, NJ 1967, 255.
Rb. Arnhem 31 maart 1921, NJ 1921, 1209; Hof Arnhem 20 mei 1931, NJ 1932,175.
Hof Amsterdam 8 januari 1929, NJ 1929, 593.
Hof Amsterdam 2 november 1913, NJ 1914, 371.
Rb. Arnhem 31 maart 1921, NJ 1921,1209.
Hof Amsterdam, 8 januari 1929, NJ 1929, 593.
Rb. Zutphen 1 juni 1939, NJ 1940, 630.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit HR 22 maart 19011 volgt dat een buurweg eindigt indien deze tot openbare weg wordt bestemd. Terecht, aldus Smalbraak, omdat de bestemming tot gemeenschappelijk nut vervalt.2
De buurweg herleeft niet indien de openbaarheid wordt opgeheven.3 Voorts kan de buurweg eindigen met onderling goedvinden al dan niet stilzwijgend,4 dan wel door afstand van de gerechtigden.5 Dit goedvinden zou kunnen voortvloeien uit het niet protesteren tegen feitelijke afsluiting,6 of uit het – door het plegen van verbouwingen – prijsgeven van een recht van uitweg.7
De buurweg houdt niet op te bestaan indien één of meer van de buren niet meer van de weg gebruik maakt of degene die recht van buurweg heeft zich op andere wijze uitweg naar de openbare weg kan verschaffen.8 Onder vernietiging wordt ook verstaan: afsluiting, vernietiging met gemeene toestemming, welke ook kan blijken uit het niet protesteren tegen afsluiting.9 Somtijds moet de afsluiting worden gedoogd en eindigt de buurweg niet.10