Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/4.10.3.3
4.10.3.3 OK-beheerders
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652102:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Josephus Jitta 2016, p. 465. Zo ook Te Winkel & Van de Graaff 2015, p. 239-240.
Eikelboom 2017, p. 634, voetnoot 342.
Eikelboom 2011, p. 293; Eikelboom 2017, p. 635.
OK 3 december 2019 (r.o. 3.3), JOR 2020/85, m.nt. P.H.M. Broere (ZED+).
Zie ook OK 11 juni 2020 (r.o. 3.4), ARO 2020/133 (Bloembollenbedrijf Brouwer).
Zie ook Praktijktips, bepaling 4.3.8.
Josephus Jitta 2016, p. 465. Zie ook Van Wijk 1996, p. 366. Anders nog Josephus Jitta 2011b, p. 531; deels anders Te Winkel & Van de Graaff 2015, p. 239.
Ik meen dat de OK-beheerder bij decharge niet een tegenstrijdig belang heeft dat in de weg staat aan dechargeverlening, zoals Te Winkel & Van de Graaff 2015, p. 239 betogen. Het betreft hier geen besluitvorming op het niveau van het bestuur of de raad van commissarissen, waarvoor de onthoudingsregel van art. 2:129/239 lid 6 BW of art. 2:140/250 lid 5 BW geldt. Denkbaar is wel dat onder omstandigheden de uit art. 2:8 BW voortvloeiende zorgvuldigheidsregels als kenbaar uit OK 26 mei 1983 (r.o. 4), NJ 1984/481, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 2022/56, m.nt. A.F.J.A. Leijten (Linders/Hofstee) moeten worden gevolgd.
Anders Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 2011, p. 5.
Anders nog Van Emden & Wareman 2020, p. 21 en p. 45, die menen dat geen enkele verantwoordingsverplichting geldt voor de OK-beheerder. Wel is de OK-beheerder volgens hen op grond van art. 2:8 BW gehouden de aandeelhouder van wie de aandelen ten titel van beheer zijn overgedragen regelmatig in en buiten de algemene vergadering de door hem verkregen informatie (geheel of gedeeltelijk) te verstrekken, zie p. 36.
Verschillend van de positie van OK-bestuurders en OK-commissarissen is de positie van OK-beheerders. Het is de vraag of de Ondernemingskamer in De Orthopedische Schoenmakerij ook heeft geoordeeld dat zij niet bevoegd is tot de verlening van decharge aan een door haar benoemde beheerder. Volgens Josephus Jitta is dat het geval.1 Hiertegen keert zich Eikelboom, die stelt dat de dechargeverlening in De Orthopedische Schoenmakerij enkel was verzocht voor het functioneren als OK-bestuurder. Omdat niet werd verzocht om dechargeverlening als OK-beheerder, blijkt niet of dat verzoek voor toewijzing in aanmerking zou kunnen komen.2 Eikelboom stelt zich op het standpunt dat de Ondernemingskamer niet bevoegd is de OK-beheerder decharge te verlenen. Schending van de beheersopdracht kwalificeert als onrechtmatige daad, en de gewone rechter is bevoegd ten aanzien van vorderingen die op een dergelijke onrechtmatige daad zijn gebaseerd.3 Ik sluit mij aan bij de visie van Eikelboom: de Ondernemingskamer heeft in De Orthopedische Schoenmakerij niet geoordeeld over de mogelijkheid van dechargeverlening aan de OK-beheerder. Voor de hand ligt ook dat zij niet bevoegd is tot dechargeverlening aan de OK-beheerder. In ZED+ overwoog de Ondernemingskamer bovendien dat het niet haar taak is de OK-beheerder decharge te verlenen.4
Josephus Jitta heeft bepleit dat de aard van de relatie die een OK-beheerder heeft met een vennootschap en de economisch tot de aandelen gerechtigde en het feit dat de vennootschap zijn kosten moet dragen, meebrengen dat de OK-beheerder in principe zowel tegenover de vennootschap5 als tegenover degene wiens aandelen zijn overgedragen, rekening en verantwoording moet afleggen. Tegenover wie, waarvoor en op welke wijze rekening en verantwoording moet worden afgelegd, wordt daarbij beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Josephus Jitta meent dat de OK-beheerder tegenover de vennootschap en degene wiens aandelen zijn overgedragen zal moeten kunnen verantwoorden wat hij heeft gedaan en op welke wijze hij is gekomen tot zijn besluit over de wijze waarop hij op de aandelen heeft gestemd.6 Ten opzichte van de vennootschap moet hij bovendien de wijze waarop zijn beloning wordt berekend verantwoorden. Beide kunnen ten opzichte van hem ook afstand doen van hun mogelijke aanspraken en hem in dat opzicht decharge verlenen.7 In die betekenis is de verlening van decharge aan de OK-beheerder mijns inziens inderdaad mogelijk. Naar mijn mening is de algemene vergadering van de vennootschap, al dan niet gecontroleerd door de OK-beheerder,8 daartoe bevoegd.9 Als niet de rechtspersoon, maar een directe financier zijn beloning financiert, heeft de OK-beheerder eenzelfde rekening- en verantwoordingsverplichting jegens de directe financier.
De rekening- en verantwoordingsverplichting voor de OK-beheerder verschilt van die voor OK-bestuurders en OK-commissarissen (par. 4.10.3.2). OK-bestuurders en OK-commissarissen hebben ook een rekening- en verantwoordingsverplichting binnen het verband van de rechtspersoon, waar de aflegging van rekening en verantwoording door OK-beheerders met name zal plaatsvinden binnen het verband van de enquêteprocedure, bij de Ondernemingskamer, mede ten overstaande van de rechtspersoon, de economisch tot de aandelen gerechtigden en een eventuele directe financier. In enquêterechtelijk verband zal de OK-beheerder ook ter verantwoording kunnen worden geroepen.10