Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.9.3.2:7.9.3.2 Indirecte acties en het Gemeenschapsrecht
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.9.3.2
7.9.3.2 Indirecte acties en het Gemeenschapsrecht
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579976:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 20 september 2001, zaak C-453/99 (Courage/Crehan), Jur. 2001, p.1-6297. Cursivering toegevoegd EJZ.
HvJ EG 13 juli 2006, gevoegde zaken C-295/04 en C-298/04 (Manfredi), Jur. 2006, p.1-6619, NJ 2007, 34 m.nt. MRM.
Commission Stuff Working Paper, Annex to the Green Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2005) 1732, nr. 193.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hebben zowel directe als indirecte afnemers recht om een actie in te stellen ter verkrijging van schadevergoeding wegens een inbreuk op het mededingingsrecht? Uit de rechtspraak van het HvJ EG in Courage/Crehan lijkt te kunnen worden afgeleid dat zowel directe als indirecte afnemers geacht moeten worden een vordering tot schadevergoeding te kunnen instellen. Het HvJ EG overweegt (r.o. 23 en 24):
'In de derde plaats heeft het Hof reeds geoordeeld, dat de artikelen 85, lid 1, van het Verdrag en 86 EG-Verdrag (thans artikel 82 EG) rechtstreekse gevolgen teweegbrengen in de betrekkingen tussen particulieren en voor de justitiabelen rechten doen ontstaan die de nationale rechter dient te handhaven (zie arresten van 30 januari 1974, $$BRT en $$SABAM, BRT 1", 127/73, Jurispr. blz. 51, punt 16, en 18 maart 1997, Guérin automobiles/Commissie, C-282/95 P, Jurispr. blz. 1-1503, punt 39). Uit bovenstaande overwegingen volgt, dat elke particulier zich in rechte op schending van artikel 85, lid 1, van het Verdrag kan beroepen, ook wanneer hij partij is bij een overeenkomst die de mededinging kan beperken of vervalsen in de zin van deze bepaling.'1
In Manfredi is bovenstaande overweging nog eens bevestigd door het HvJ EG.2 Op grond van het feit dat het HvJ EG beslist dat elke particulier zich in rechte op schending van het kartelverbod kan beroepen, kan worden afgeleid dat de indirecte afnemer op grond van het gemeenschapsrecht niet kan worden weerhouden van zijn recht om schadevergoeding te vorderen van de laedens (aangenomen dat er schade is geleden en dat sprake is van causaal verband).
Het aan alle partijen bieden van de mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen brengt uiteraard de nodige problemen met zich mee. Zo wordt er in het werkdocument behorende bij het Groenboek op gewezen dat het moeilijk is de mate van passing-on te berekenen, dat het voor de potentiële eiser niet stimulerend is om een actie in te stellen nu er bij een succesvolle actie minder schadevergoeding toegewezen zal worden (schadevergoeding zal namelijk moeten worden verdeeld tussen de verschillende afnemers in de afnameketen) en dat er sprake is van hogere transactiekosten als gevolg van de toename van het aantal zaken en de toename van de complexiteit van zaken die het gevolg zijn van dezelfde mededingingsinbreuk.3