Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/I.3.3.3
I.3.3.3 Abs. II: inhoud
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624139:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Brox/Walker 2010, nr. 97. Zie over § 2065 II BGB Sens 1990; Frey 1999, p. 19 e.v.; Schlüter 2000, p. 55 e.v.; Halding-Hoppenheit 2003, p. 60 e.v.; Leipold 2006, nr. 280; Brox/Walker 2010, nr. 97; Hausmann/Hohloch 2010, p. 396 e.v.
Zie over de betekenis van Erbvertrag Sens 1990, p. 47-49, waarin aan Bestimmung de betekenis van Festsetzen (bepalen/vaststellen) dient te worden toegeschreven en niet de betekenis van Feststellen (constateren).
§ 134 BGB: ‘Ein Rechtsgeschäft, das gegen ein gesetzliches Verbot verstößt, ist nichtig, wenn sich nicht aus dem Gesetz ein anderes ergibt.’ Voorzover de uiterste wil nog andere wilsbeschikkingen bevat, die geen verband houden met de nietige beschikking, geldt § 2085 BGB: ‘Die Unwirksamkeit einer von mehreren in einem Testament enthaltenen Verfügungen hat die Unwirksamkeit der übrigen Verfügungen nur zur Folge, wenn anzunehmen ist, dass der Erblasser diese ohne die unwirksame Verfügung nicht getroffen haben würde.’
Halding-Hoppenheit 2003, p. 61. Vgl. hiermee ons begrip ‘making’. Zie ook Frey 1999, p. 19.
Frey 1999, p. 19 noemt de ‘Erbeinsetzungen’ (zowel ‘Nacherbeneinsetzung’ als ‘Ersatzerbeneinsetzung’), ‘Vermächtnisse’ en ‘Schenkungsversprechen auf den Todesfall’ (ofwel schenkingen met werking na overlijden).
‘Der Erblasser kann durch Testament den Erben oder einen Vermächtnisnehmer zu einer Leistung verpflichten, ohne einem anderen ein Recht auf die Leistung zuzuwenden (Auflage).’
Zie § 2198 BGB. Hierover meer in subparagraaf 3.3.4.3 ‘Testamentsvollstreckung’.
Zie ook de uitspraak van het BGH 18 november 1954, NJW 1955, 100: ‘Zu den wesentlichen Teilen das letzten Willens gehören die Bestimmungen über den Gegenstand der Zuwendung und über die Person des Bedachten. (…) Ist eine Vor- und Nacherbschaft angeordnet, dann gehören zu den Bestimmungen über den Gegenstand der Zuwendung auch diejenigen über den Zeitpunkt, in dem die Nacherbfolge eintreten soll (curs. NB).’
Ook het tweede lid van § 2065 BGB waakt tegen ‘eine Vertretung des Erblassers im Willen’.1 Het bepaalt dat:
‘II. Der Erblasser kann die Bestimmung2 der Person, die eine Zuwendung erhalten soll, sowie die Bestimmung des Gegenstands der Zuwendung nicht einem anderen überlassen.’
In Abs. II van § 2065 BGB is het Drittbestimmungsverbot neergelegd. Zuwendungen die onvolledig zijn geuit, in die zin dat de erflater het direct of indirect aan een ander overlaat om te bepalen wie verkrijgt of wat wordt verkregen, zijn nietig (§ 2065 II BGB jo. § 134 BGB).3 Onder Zuwendung wordt iedere beschikking van erflater verstaan die:
‘einem anderen einen Vermögensvorteil verschafft und diesem einen selbstständigen Anspruch auf das Zugewendete gewährt (curs. NB).’4
Anders dan het eerste lid van § 2065 BGB ziet het tweede lid dus slechts op de uiterste wilsbeschikking die een verkrijging met zich brengt en die een aanspraak inhoudt, zoals de erfstelling en het legaat.5 Op de last, die niet steeds verkrijgend van aard is noch een aanspraak inhoudt (§ 1940 BGB),6 is § 2065 BGB (toch) ook van toepassing. Zo is in § 2192 BGB te lezen:
‘Auf eine Auflage finden die für letztwillige Zuwendungen geltenden Vorschriften der § § 2065, 2147, 2148, 2154 bis 2156, 2161, 2171, 2181 entsprechende Anwendung.’
Voor de uiterste wilsbeschikkingen die geen verkrijging inhouden, vormt § 2065 II BGB geen belemmering. Het is dan ook mogelijk om in de uiterste wil een derde aan te wijzen die bijvoorbeeld de Testamentsvollstrecker zal benoemen.7
Wilsdelegatie ten aanzien van de essentialia8 van de erfstelling, het legaat en de last lijkt door het bepaalde in § 2065 II jo. § 2192 BGB dus onmogelijk. De wet voorziet zelf echter, ten aanzien van bepaalde beschikkingen, in uitzonderingen op het Drittbestimmungsverbot. Deze uitzonderingen komen hierna aan bod.