De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.1:10.1 Inleiding
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS378789:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als primaire remedie neemt het recht op nakoming in het Nederlandse recht een bijzondere plaats in. In beginsel heeft een schuldeiser recht op nakoming van de verbintenis(sen) die de schuldenaar op zich heeft genomen. Als aan de daarvoor geldende aanvullende vereisten is voldaan, kan hij bovendien met succes de subsidiaire remedies schadevergoeding en ontbinding inroepen. In deze studie heb ik onderzocht waar de grenzen van het recht op nakoming liggen en in hoeverre precisering dan wel aanpassing van die grenzen gewenst is. De centrale onderzoeksvraag luidde:
Waar liggen de grenzen van het recht op nakoming van de schuldeiser naar geldend Nederlands recht en welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd met het oog op het aanscherpen, verruimen dan wel verengen van die grenzen?
Deze onderzoeksvraag laat zich niet in één zin beantwoorden. Landsgrenzen raken bekend door het gehele land in kaart te brengen. Daarvoor is vereist dat men weet wat de natuurlijke grenzen zijn en waar de grenzen lopen van de omringende landen. Dit is niet anders voor de grenzen van een rechtsfiguur. Door inzicht te verschaffen in de specifieke kenmerken van het recht op nakoming en die rechtsfiguur af te bakenen van de alternatieve en aanverwante rechtsfiguren, ontstaat niet alleen een beeld van de grenzen van het recht op nakoming maar wordt ook duidelijker waar die grenzen mogelijk aanscherping dan wel aanpassing behoeven.
In par. 1.2 heb ik vijf deelvragen geformuleerd. De analyse in de voorgaande hoofdstukken is bedoeld om tot beantwoording van die deelvragen te komen. In dit hoofdstuk vat ik de antwoorden op de deelvragen samen waarmee ik tevens de centrale onderzoeksvraag probeer te beantwoorden. In dit concluderende hoofdstuk ligt de nadruk op het normatieve onderdeel van de onderzoeksvraag ('Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd met het oog op het aanscherpen, verruimen dan wel verengen van de grenzen van het recht op nakoming') Aan de uitkomsten van het descriptieve onderdeel van de onderzoeksvraag (Waar liggen de grenzen van het recht op nakoming van de schuldeiser naar geldend Nederlands recht?') besteed ik in dit verband wat minder aandacht. De beschrijving van het geldende recht heeft vooral de functie gehad om de hierboven bedoelde aanbevelingen te kunnen doen. Slechts daar waar ik kritiek op het geldende recht verwerp,
zal ik daaraan in het kader van de samenvatting en de aanbevelingen expliciet aandacht besteden.
De beantwoording van de vijf deelvragen vindt hierna plaats in de paragrafen 10.2 t/m 10.6, waarna ik in par. 10.7 afsluit met een overzicht van de voornaamste aanbevelingen die uit dit onderzoek voortvloeien.