Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.3.3.1
5.3.3.1 De evenredigheidstoets van het Hof van Justitie en de vrijheid van lidstaten
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955514:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ EG 29 januari 2008, C-275/06, ECLI:EU:C:2008:54 (Promusicae); HvJ EG 19 februari 2009, C-557/07 ECLI:EU:C:2009:107 (LSG/Tele2), rov. 28-29; HvJ EU 19 april 2012, C-461/10, ECLI:EU:C:2012:219 (Bonnier Audio), rov. 56.
Zie o.m. Kulk & Zuiderveen Borgesius, EIPR 2012, afl. 11, p. 795; Griffiths, ELR 2013, afl. 1, p. 72; Chavannes 2013, p. 196-197.
Zie ook: concl. A-G Cruz Villalón, ECLI:EU:C:2013:781, bij HvJ EU 27 maart 2014, C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel), pt. 98-109, waarin de advocaat-generaal de verschillende elementen van de evenredigheidstoets nadrukkelijk benoemt.
HvJ EU 27 maart 2014, C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel), rov. 56 en 63-64.
HvJ EU 15 september 2016, C-484/14, ECLI:EU:C:2016:689 (McFadden), rov. 97-98 en 100. Zie ook HvJ EU 18 oktober 2018, C-149/17, ECLI:EU:C:2018:841 (Bastei Lübbe), rov. 51-52.
In Promusicae en Bonnier Audio beperkte het Hof zich tot de vaststelling dat nationale autoriteiten en rechters zelf verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van een rechtvaardig evenwicht.1 Hoewel de arresten L’Oréal/eBay, Scarlet Extended en Netlog enkele richtlijnen bevatten voor de beoordeling van specifieke maatregelen, bood het Hof ook in deze zaken weinig duidelijkheid over de inhoud en het relatieve gewicht van de betrokken grondrechten en de maatstaven die de bevoegde autoriteiten moeten toepassen om een evenwicht te bewaren.2
Een meer inzichtelijke beoordeling volgde in UPC Telekabel. In deze zaak benadrukte het Hof dat concrete maatregelen niet alleen moeten worden onderworpen aan een belangenafweging, maar dat ook de andere elementen van het evenredigheidsbeginsel van belang zijn.3 De voorwaarden van een legitiem doel en geschiktheid worden gereflecteerd in de overweging dat handhavingsmaatregelen voldoende doeltreffend moeten zijn om een effectieve bescherming van het betrokken grondrecht te verzekeren. De overweging dat een blokkeringsmaatregel internetgebruikers niet nodeloos de mogelijkheid mag ontzeggen om zich rechtmatig toegang te verschaffen tot de beschikbare informatie (overblokkering) weerspiegelt vervolgens het vereiste van noodzakelijkheid. Het Hof liet de beoordeling van een concrete maatregel en de daarbij behorende belangenafweging zoals gezegd over aan de nationale autoriteiten.4
In McFadden ging het Hof een stap verder door zelf de toelaatbaarheid van een aantal maatregelen te onderzoeken. Hoewel ook in deze zaak geen uitgebreide belangenafweging plaatsvond, is een relevante verduidelijking dat rekening moet worden gehouden met de vraag of de rechthebbende, bij afwijzing van het bevel, nog een doeltreffend middel kan aanwenden om zijn recht te handhaven. Luidt het antwoord op deze vraag ontkennend, dan is het vereiste evenwicht niet bereikt.5