Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.6:12.6 Conclusie
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/12.6
12.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406919:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over de toepasselijkheid van de Insolvenzanfechtung op uitkeringen aan aandeelhouders bestaan thans nog veel vragen. Rechtspraak ter zake ontbreekt, maar dat heeft een aantal auteurs er niet van weerhouden zich te buigen over de vraag welke toegevoegde waarde de Insolvenzanfechtung zou kunnen hebben naast § 30 en 31 GmbHG vanuit het perspectief van de crediteurenbescherming. Een belangrijke deelvraag die nog voor beantwoording gereed ligt, is of een uitkering aan een aandeelhouder in de zin van § 30 GmbHG kwalificeert als een unentgeltliche Leistung en dus op grond van § 134 InsO voor vernietiging in aanmerking kan komen. De meeste juridische auteurs concluderen, mogelijk ingegeven door het in hun ogen onwenselijke gevolg van een positief luidend antwoord, dat een vennootschapsrechtelijk toelaatbare uitkering niet als zodanig kan worden aangemerkt. De tegenprestatie van de aandeelhouder zou volgens hen kunnen worden gevonden in de verplichtingen die zijn verbonden aan het aandeelhouderschap. Voor aantasting van een uitkering door inroeping van de in § 133 InsO vervatte Vorsatzanfechtung lijken deze auteurs meer ruimte te zien, vooral als op het moment van de vermogensonttrekking betalingsproblemen dreigen.