De invloed van de woonplaats op de fiscale behandeling van grensoverschrijdende werknemers
Einde inhoudsopgave
De invloed van de woonplaats op de fiscale behandeling (FM nr. 158) 2019/9.1:9.1 Inleiding
De invloed van de woonplaats op de fiscale behandeling (FM nr. 158) 2019/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. N.P. Schipper, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
Mr. dr. N.P. Schipper
- JCDI
JCDI:ADS376554:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Woon- en vestigingsplaats
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Inkomstenbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Europees belastingrecht / Discriminatie
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie deel I (hoofdstuk 2).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deel II is de fiscale jurisprudentie van het Hof van Justitie inzake het vrije verkeer van werknemers uiteengezet en geanalyseerd. Het Hof is in de zaak Schumacker en nadien geconfronteerd met verschillende vraagstukken die voortkomen uit de beginselen van het internationale belastingrecht, in het bijzonder het onderscheid dat van oudsher wordt gemaakt tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen.1 Hoewel deze verschillen in behandeling (woonplaatsbeginsel versus bronbeginsel, wel of niet in aanmerking nemen van de persoonlijke en gezinssituatie c.q. volledige fiscale draagkracht) binnen het internationale belastingrecht algemeen aanvaard zijn, staat een dergelijk onderscheid op gespannen voet met het Unierechtelijke beginsel van gelijke behandeling en het bestaan van een gemeenschappelijke markt zonder binnengrenzen.
In deel III wordt ingegaan op de vraag in hoeverre bij de belastingheffing van grensoverschrijdende werknemers het klassieke onderscheid in fiscale behandeling op grond van woonplaats zou moeten worden verlaten ter bevordering van het vrije verkeer van werknemers binnen de EU (normatief perspectief, formulering van wenselijk recht). Hierbij wordt in paragraaf 9.2 aandacht besteed aan het concept van belastingneutraliteit bij grensoverschrijdende activiteiten en de rol die het Unierechtelijke beginsel van gelijke behandeling naar mijn mening zou moeten vervullen. Ik bepleit in dit kader gelijkheid op de werkvloer (gelijke fiscale behandeling ten opzichte van belastingplichtigen die wonen in de werkstaat) in plaats van gelijkheid met de buurman (gelijke behandeling ten opzichte van belastingplichtigen die werken in de woonstaat). Daarna wordt in paragraaf 9.3 en 9.4 beoordeeld op welke onderdelen het Unierecht, onder meer zoals uitgelegd in de Schumacker-rechtspraak, momenteel nog tekortschiet om een dergelijke fiscale behandeling van grensoverschrijdende werknemers te realiseren. In hoofdstuk 10 wordt vervolgens een voorstel gedaan om ‘woonplaatsonafhankelijke belastingheffing naar draagkracht’ te bereiken binnen de Europese Unie, waarbij rekening wordt gehouden met de inpasbaarheid ervan in het internationale belastingrecht (deel I) en het primaire Unierecht (deel II).