Einde inhoudsopgave
De invloed van de woonplaats op de fiscale behandeling (FM nr. 158) 2019/9.3
9.3 Beoordeling van de Schumacker-doctrine
Mr. dr. N.P. Schipper, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
Mr. dr. N.P. Schipper
- JCDI
JCDI:ADS381366:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Woon- en vestigingsplaats
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Inkomstenbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
Europees belastingrecht / Discriminatie
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld P.J. Wattel, O.C.R. Marres & H. Vermeulen (red.), Terra/Wattel European Tax Law. Volume 1 – General Topics and Direct Taxation (Fiscale Handboeken nr. 10), Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 861-880, H. Niesten, Belastingvoordelen van de grensoverschrijdende economisch actieve EU-persoon, Mechelen: Wolters Kluwer 2018, p. 1020 e.v. (randnr. 1126 e.v.), A. Cordewener, ‘Personal Income Taxation of Non-residents and the Increasing Impact of the EC Treaty Freedoms’, in: D. Weber (red.), The Influence of European Law on Direct Taxation, EUCOTAX series on European Taxation, Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2007, p. 61-73 en D.M. Weber, Op zoek naar een (nieuwe) balans tussen belastingsoevereiniteit en het recht op vrij verkeer binnen de EG, Deventer: Kluwer 2006, p. 44 (in alle gevallen met verdere verwijzingen).
Paragraaf 9.3 (inclusief voorbeelden) is deels ontleend aan mijn masterscriptie inzake de voormalige Nederlandse keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen. Zie N.P. Schipper, Fiscale draagkracht van grensoverschrijdende werknemers in Europeesrechtelijk perspectief, masterscriptie Universiteit van Amsterdam 2012 (beschikbaar via https://www.scriptiesonline.uba.uva.nl/document/360932).
Hiervoor is reeds opgemerkt dat het verschil in fiscale behandeling op grond van woonplaats op gespannen voet staat met het Unierechtelijke beginsel van gelijke behandeling. Het Hof van Justitie heeft echter tot op heden aanvaard dat inwoners en niet-inwoners in beginsel verschillend worden behandeld, althans als het gaat om de inaanmerkingneming van de persoonlijke en gezinssituatie c.q. volledige fiscale draagkracht. In de literatuur heeft dit uitgangspunt, alsmede andere onderdelen van de Schumacker-doctrine, veel kritiek ontvangen.1 In deze paragraaf wordt beoordeeld in hoeverre de rechtspraak van het Hof leidt tot de door mij bepleite arbeidimportneutraliteit c.q. gelijke behandeling op de werkvloer (zoals behandeld in paragraaf 9.2) of dat juist verhindert. Hierbij wordt ingegaan op een aantal onderdelen waarop de jurisprudentie van het Hof van Justitie mijns inziens tekortschiet in het licht van de beoogde neutraliteit tussen binnenlandse en buitenlandse werknemers.2
9.3.1 Vergelijkbaarheid van inwoners en niet-inwoners9.3.2 Belastingtarief: progressie-effect functioneert niet9.3.3 Samenhang van belastingstelsels: tarief en aftrekposten