Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 231
HR, 04-11-1994, nr. 15237: Oerlemans II
HR 04-11-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1516 (Oerlemans II)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 november 1994
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Mijnssen, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15237
- LJN
ZC1516
- Roepnaam
Oerlemans II
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Goederenrecht / Gemeenschap
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Erfrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1516, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑11‑1994
- Wetingang
Essentie
Zwarighedenprocedure. Scheiding en deling pachtsommen. Overgangsrecht; geen terugwerkende kracht boedelscheiding. Gewone rechter bevoegd. Beroep op competentie pachtrechter ter zake van verjaring misbruik van recht. Beroep op verjaring in strijd met goede trouw. Omvang geding.
Samenvatting
Het betoog dat ieder van beide erfgenamen vanaf het overlijden der erflaters geacht moet worden verpacht(st)er te zijn geworden van het hem (haar) toekomende deel van de verpachte onroerende goederen, zodat niet aan de boedel maar aan verweerster zelf voor het haar toekomende deel de pachtsommen verschuldigd zijn, faalt reeds omdat ingevolge art. 101 Overgangswet NBW art. 1129 (oud) op de onderhavige boedelscheiding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.