Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 232
HR, 04-11-1994, nr. 15474
HR 04-11-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1517
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 november 1994
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk
- Zaaknummer
15474
- LJN
ZC1517
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Insolventierecht / Surseance van betaling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1517, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑11‑1994
- Wetingang
Essentie
Faillissement; geen verrekening door kredietverzekeraar van bedragen welke zij uit hoofde van de aan haar door de gefailleerde tot zekerheid gecedeerde vorderingen heeft ontvangen met de door haar overgenomen vorderingen op de gefailleerde.
Samenvatting
De strekking van de art. 230 en 233 Fw brengt mee dat de kredietverzekeraar op de zekerheden uitsluitend verhaal kan nemen voor de vorderingen die zij bij de aanvang van de surséance reeds op de gefailleerde had, en dat vorderingen op de gefailleerde die zij pas na de aanvang van de surséance heeft verkregen, noch op het onderpand kunnen worden verhaald, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.