Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 227
EHRM, 27-10-1994, nr. 18535/91
EHRM 27-10-1994, ECLI:CE:ECHR:1994:1027JUD001853591
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
27 oktober 1994
- Magistraten
Ryssdal, Gölcüklü, Martens, Foighel, Loizou, Morenilla, Baka, Mifsud Bonnici, Gotchev
- Zaaknummer
18535/91
- LJN
AD2238
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Discriminatieverbod
EU-recht (V)
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:1994:1027JUD001853591, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 27‑10‑1994
- Wetingang
BW art. 1:198; EVRM art. 8; EVRM art. 14; EVRM art. 50
Essentie
Afstamming. Mensenrechten. Ontkenning vaderschap echtgenoot van staande huwelijk geboren kind door moeder. Strijd met art. 8 EVRM. Vervolg van HR 16 november 1990, NJ 1991, 475.
Samenvatting
De onmogelijkheid voor de moeder om in dit geval het vaderschap van haar ex-echtgenoot te ontkennen met als gevolg dat geen ‘legal family ties’ door erkenning tot stand kunnen komen tussen het kind en zijn biologische vader, betekent dat Nederland heeft nagelaten eerbiediging van het gezinsleven van verzoekers te verzekeren, waartoe zij onder art. 8 EVRM gerechtigd zijn.
Partij(en)
K., c.s.,
tegen
Nederland.
Uitspraak
Feiten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.