Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 48
HR, 24-02-1995, nr. 15603
HR 24-02-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1644
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 februari 1995
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Swens-Donner
- Zaaknummer
15603
- LJN
ZC1644
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1644, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑02‑1995
- Wetingang
BW art. 7A:1639o; BW art. 7A:1639p
Essentie
Ontslag op staande voet; afspraak tussen werkgever en werknemer dat het niet voldoen door de werknemer aan bepaalde voorwaarden een dringende reden voor ontslag oplevert.
Samenvatting
Het uitgangspunt van de rechtbank, dat de door haar veronderstelde afspraak nietig is, nu niet rechtsgeldig ten nadele van de werknemer kan worden bedongen wat in afwijking van de wet tussen partijen bij een arbeidsovereenkomst als dringende reden voor ontslag van de werknemer zal gelden, is juist. Het oordeel dat de veronderstelde afspraak ook als feitelijke omstandigheid niet voldoende is om tot een andere zienswijze omtrent de dringendheid van de ontslaggrond te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.