Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 49
HR, 24-02-1995, nr. 15607: Zwembad Overboord/Van Flierenburg
HR 24-02-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1645 (Zwembad Overboord/Van Flierenburg)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 februari 1995
- Magistraten
Snijders, Korthals Altes, Neleman, Heemskerk, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
15607
- LJN
ZC1645
- Roepnaam
Zwembad Overboord/Van Flierenburg
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1645, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑02‑1995
- Wetingang
BW art. 7A:1624; BW art. 7A:1628; BW art. 7A:1631a
Essentie
Huur art. 7A:1624 BW-bedrijfsruimte; beëindiging door verhuurder op grond van dringend eigen gebruik. Verhuurder wil het bedrijf gaan uitoefenen in een ander dan het verhuurde gedeelte van het gebouw.
Samenvatting
Het uitgangspunt van de Rechtbank dat, ingeval een gedeelte van een gebouw als bedrijfsruimte is verhuurd, slechts dan sprake kan zijn van in gebruik nemen door de verhuurder als bedrijfsruimte in de zin van art. 1624, indien de verhuurder zijn bedrijf wil gaan uitoefenen in juist dat gedeelte van zijn gebouw dat hij aan de huurder heeft verhuurd, maar niet indien hij dat bedrijf elders in hetzelfde gebouw gaat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.